Een vlucht door de Tweede Kamer

André Bosman is sinds 2010 Kamerlid voor de VVD. Daarvoor was hij jarenlang actief bij de Koninklijke Luchtmacht als vlieginstructeur, vluchtcommandant en F16-vlieger. Hij vertelt ons over zijn overstap van beroepsmilitair naar woordvoerder van Defensie.

Hoe is het voor u om Defensie-onderwerpen te bespreken met Kamerleden die niet diezelfde achtergrond hebben?
‘Toen ik in 2010 lid werd van de Tweede Kamer, was er veel discussie over de aanschaf van de F35. Ik had veel contact met de testpiloten van dit toestel en kreeg hun verhalen van binnen de Luchtmacht mee. Maar toen ik in de Kamer bij een discussie over dat wapensysteem terechtkwam, dacht ik: hierover moet je geen politieke discussie voeren, je moet in gesprek gaan met de mensen bij de Luchtmacht die het gaan gebruiken. Zij hebben de expertise. Je moet accepteren dat je over bepaalde dingen niet kunt beslissen, maar dat is heel lastig voor de politiek.’

U bent in 2006 op missie naar Afghanistan geweest, en nu beslist u mee over uitzendingen. Hoe kijkt u daar tegenaan?
‘Wat mij vooral stoorde was dat er altijd een bijnaam aan werd gegeven: het was een “opbouwmissie” of een “trainingsmissie”. Als wij militairen sturen, dan gaat het om een onveilige situatie waar we bijvoorbeeld geen hulporganisaties als Artsen zonder Grenzen naartoe kunnen sturen. Daarmee is het een militaire missie, en zo moeten we het ook noemen. Daar heb ik altijd voor gevochten. De Kamer maakt zich heel druk over dingen als de opbouw van scholen en genderkwesties. Daar wil ik best over discussiëren, maar de lokale mensen hebben eerst basisveiligheid nodig. Daarna komt de rest pas aan de orde.’

U was ook betrokken bij de besluitvorming over de missie in Mali. Daarbij zijn helaas een aantal mensen omgekomen. Trekt u zich dat persoonlijk aan?
‘Het is het niet zo dat je bij ieder slachtoffer dat valt, je gaat afvragen of het besluit goed of fout is geweest. Die beslissing is zorgvuldig genomen, dat weegt heel zwaar in de Kamerfractie. Je moet daar wel een persoonlijke afweging bij maken en dan ben je natuurlijk ontzettend verdrietig als het fout gaat. Er waren ook mensen bij die ik als vlieginstructeur heb lesgegeven, dus dat kwam heel dichtbij. Dat mortierongeval kwam ook hard binnen bij me, zeker omdat je als Kamerlid ook de rol van controleur draagt. Dit soort ongevallen moeten voorkomen worden, militairen moeten gewoon met deugdelijk materiaal op pad gestuurd worden, dus dat reken ik mezelf aan.’

Waar denkt u dat het fout ging?
‘De veiligheidscultuur is bij de Landmacht niet altijd even duidelijk aanwezig geweest. Daar komt gelukkig wel verandering in, de minister en de staatssecretaris van Defensie pakken dat stevig op. Bij de Luchtmacht heerst bijvoorbeeld wel een enorm sterke veiligheidscultuur. Als vlieger wordt je getraind in verantwoordelijkheid: als het toestel niet in orde is, ga je er niet mee vliegen. De landmacht daarentegen focust heel erg op het personeel. Daar zeggen ze: Hup, voorwaarts! Maar je moet je toch elke keer weer van alle risico’s vergewissen en zien of je materieel van goede kwaliteit is. Het probleem met die mortieren in Mali was dat ze te heet werden opgeslagen en niet alle informatie herleidbaar was. Dat moet alarmbellen doen rinkelen. Helaas is dat niet gebeurd en waren er slachtoffers te betreuren.’

Hoe ervaart u de samenwerking met andere politieke partijen?
‘Bij de VVD zijn we vrij stevig van mening dat er meer geld naar Defensie moet. Daarin is het CDA natuurlijk onze bondgenoot. De ChristenUnie zit ook wel op die lijn, maar toch iets minder stevig. D66 neigt meer richting een Europees leger, dan hoeft er ook minder geld naar Defensie. Dus bij die discussie komt wel wat duw en trekwerk kijken. Daarbuiten hebben we met de PvdA en de PVV gewoon contact. En bijzonder genoeg ook met GroenLinks, zij hebben wel een cultuurverandering doorgemaakt: ze willen niet meer bezuinigen op Defensie, maar de status quo behouden. Dat vind ik een positieve draai.’

Als mensen het over een Europees leger hebben, bedoelen ze vaak heel verschillende dingen. Welke definitie ondersteunt u?
‘Volgens mij zegt eigenlijk niemand dat Europa een eigen leger moet hebben. Als je doorvraagt, vindt iedereen dat de zeggenschap nog steeds bij het Nederlandse parlement moet blijven. Dan is het geen Europees leger. Het gaat juist om goede samenwerking, afspraken maken.’

Hoe staat het nu met de plannen voor de defensie-industrie?
‘Ik ben ontzettend blij met de strategie die is vastgesteld door het Kabinet en de Kamer. Daarbij worden heel duidelijke keuzes gemaakt voor zowel de fysieke en de industriële veiligheid van Nederland. Dat geldt specifiek voor het maritieme cluster, juist omdat wij daar zo goed in zijn. Wij hebben in het verleden vrij naïef tegen de industrie gezegd: je moet je eigen broek op houden. Daardoor is ongemerkt veel kennis en kunde naar het buitenland gegaan. De VVD heeft er erg achteraan gezeten om de defensie-industrie te steunen. Anders verlies je werkgelegenheid en je positie als bedrijf.’

Er wordt veel geroepen over de arbeidsvoorwaarden van militairen. Waar staat u in dat debat?
‘Die discussie gaat tussen werkgever en werknemer. Ik vind het als Kamerlid niet gepast om daarin te stappen, dat is iets voor de bonden. Zij moeten daarin met elkaar het gesprek aangaan en een knoop doorhakken. Niemand wil dat wij daarover een politieke beslissing gaan maken. Wij stellen het geld beschikbaar, en het is aan de minister en de staatssecretaris om daar verstandig mee om te gaan.’

Hoe ziet u de toekomst voor Defensie in Nederland?
‘We zijn nu uit de crisis, maar door de Brexit komen we straks echt in de problemen. Dat betekent dat we goed moeten nadenken over prioriteiten, hoe we het beschikbare geld verdelen. Defensie komt wel steeds meer in beeld, zowel bij linkse partijen als in de maatschappij. Door de onrust in de wereld worden mensen zich ervan bewust dat we meer moeten doen. Vrijheid komt niet vanzelf.’

Dit interview verscheen eerder in de Militaire Courant editie juni 2019.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.