Defenture: Made in Holland!

De defensie-industrie wordt gedomineerd door grote partijen die materieel leveren voor onze krijgsmacht, omdat er vaak enorme investeringen mee gemoeid zijn. De verrassing was dan ook groot toen het bedrijf Defenture een aantal jaren terug de opdracht kreeg om vijfenzeventig terreinwagens te leveren voor het Korps Commandotroepen.

Door Jan Louwers

Op een afgelegen industrieterrein ligt in het groen verscholen de fraaie productielocatie van Defenture. Hier wordt gewerkt aan misschien wel de beste terreinwagen voor militaire toepassingen ter wereld: de VECTOR. Hollands glorie tussen de boomgaarden van de Betuwe. Het DNA van het bedrijf is afkomstig uit de rallysport. Dat is ook duidelijk zichtbaar als je de VECTOR ziet, een stoere wagen voorzien van alle gemakken om vol vertrouwen het terrein in te gaan. De auto staat hoog op zijn wielen en is voorzien van fraaie racestoelen. Heel wat anders dan de Landrovers waar enkele jaren terug nog mee werd rondgereden.  
In de productiehal wordt aan vijf auto’s tegelijk gewerkt. Het meeste werk wordt met de hand gedaan. Je ziet de VECTOR groeien, van een kaal chassis naar een rijdend voertuig. Er is veel bedrijvigheid en ook rust, omdat er vakmensen werken die weten waar ze mee bezig zijn. Om nog meer over de terreinwagen te weten te komen, spreken we met Henk van der Scheer, directeur van het in het Tiel gevestigde bedrijf.

Hoe is het eerste contact met Defensie ontstaan?
‘Het begon met een ontwerp voor de diesel-quad, een voertuig dat vooral wordt ingezet als er snel hulp verleend moet worden. Defensie reageerde hier heel enthousiast op en stelde vervolgens de vraag of we ook wilden nadenken over een high offroad-voertuig. Door de kennis die we op hebben gedaan met het bouwen van motorfietsen, trikes en auto’s voor de Dakar-rally ontstond er al snel een klik. Deze kennis hebben we weten te vertalen naar een concreet ontwerp, dat ook in de behoefte van Defensie voorzag.’

In vergelijking met andere partijen die eerder aanbestedingsprojecten binnen Defensie kregen toebedeeld zijn jullie een relatief kleine speler. Hoe hebben jullie de financiering rond gekregen?
‘Het hele project is uit eigen middelen gefinancierd. Denk daarbij aan een bedrag in tweecijferige miljoenen. Als de initiële omzet 12,5 miljoen euro is, kan iedereen uitrekenen dat het niet rendabel is. Het is een hele bewuste keuze geweest om actief te worden op deze markt, want er was in 2013 nog geen ander Nederlands bedrijf actief dat voertuigen bouwde voor de defensie-industrie. We zijn er heel trots op dat het ons uiteindelijk gelukt is.’

Hoe heeft het bedrijf zich vanuit dat startpunt ontwikkeld?
‘Vijf man kwamen hier met een laptop onder de arm binnen en moesten letterlijk een heel bedrijf optuigen. Het productieproces moest ingericht worden, maar je moet ook aan allerlei strenge regelgeving van Defensie voldoen. Deze hele keten van A tot Z optuigen, is ontzettend veel werk geweest. Inmiddels hebben we bewezen dat we niet alleen een concept van een voertuig kunnen maken, maar samen met onze partners ook een volwaardig eindproduct. We zijn in vijf jaar tijd inmiddels uitgegroeid tot een bedrijf waar ongeveer vijfenveertig mensen werken.’

Kunnen jullie nog steeds aan voldoende mensen komen om deze vacatures in te vullen?
‘Het wordt steeds lastiger, vooral om de vacatures te vervullen voor de hogere technische functies. Wij zeggen altijd: techniek is sexy, maar je moet er wel aandacht aan blijven besteden. We werken daarom veel samen met opleidingen uit de regio, bijvoorbeeld de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.’

De eerste vijfenveertig voertuigen zijn inmiddels operationeel. Wat zijn de eerste ervaringen van de gebruikers? Wat doen jullie met deze feedback?
‘Het echte onderhoud en het doorvoeren van modificaties komt op het moment dat alle vijfenzeventig stuks geleverd en volledig in operationeel gebruik zijn. Ondertussen doen wij natuurlijk wel kleine aanpassingen om alle kinderziektes eruit te halen en om sommige dingen te verbeteren. Eind dit jaar zijn alle voertuigen geleverd en maakt het Korps Commandotroepen er gebruik van.’

Is er inmiddels ook vanuit andere landen interesse getoond?
‘We zijn in 2013 gestart en in de afgelopen jaren hebben we met ongeveer vijfentwintig verschillende landen contact gehad. Daar zijn een aantal concrete afspraken uit voort gekomen, maar de defensie-industrie is erg traag. Net als in Nederland ben je ook in het buitenland vaak afhankelijk van aanbestedingen of andersoortige selectiecriteria. In vergelijking met bijvoorbeeld Mercedes hebben wij nog een kleine naam, maar het is nu vooral belangrijk dat de militairen onze voertuigen in gebruik hebben. Dat is onze beste reclame!’

Dit artikel verscheen eerder in de Militaire Courant editie juni 2019.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.