Een boeiend verslag over de mens in de cockpit

Soms weet je na een paar zinnen dat een boek klopt. Dat is ook het geval met Missie F-16, waarvoor Olof van Joolen en Silvan Schoonhoven, beide verslaggevers bij De Telegraaf, met een aantal jachtvliegers spraken. Een eerlijk portret van de gesloten vliegergemeenschap.

Door Peter Paul de Waal

Het is 11 juli 1995 als Manja ‘Toots’ Blok, de eerste vrouwelijke F-16-vlieger ter wereld, en haar wingman via de radio bericht krijgen om contact op te nemen met ‘Windmill’, een Nederlandse commando vlakbij Srebrenica, die de vliegers naar twee uit te schakelen tanks zal ‘praten’. De Bosnische Serviërs onder leiding van generaal Mladić zijn het offensief begonnen om de VN-enclave te veroveren. Dutchbat kan niet veel uitrichten en alles komt nu op luchtsteun aan. ‘Toots: Tipping in, tipping in hot. Windmill-02, tipping in hot.’ Blok zet de aanval in en laat een bom vallen, maar kan door het opstuivende stof niet zien of het doel is geraakt. Terug op de Italiaanse basis Villafranca worden de twee piloten als helden binnengehaald, maar verdere luchtsteun wordt door de VN en de NAVO tegengehouden. De enclave valt.

Dat was de eerste keer dat Nederlandse F-16’s in een oorlogssituatie daadwerkelijk werden ingezet, maar niet de laatste. Sinds het einde van de Koude Oorlog moeten squadrons van de Koninklijke Luchtmacht steeds vaker uitrukken, om bondgenoten te helpen in hun pogingen de internationale rechtsorde te handhaven. Bestond het leven van de jachtvliegers tijdens de Koude Oorlog hoofdzakelijk uit eindeloos oefenen vanaf hun eigen, comfortabele basis voor een scenario dat geen realiteit werd, vanaf de oorlog in voormalig Joegoslavië bevinden zij zich steeds vaker in de geenszins comfortabele frontlinie van gloeiendhete conflicten.

Missie F-16 is een aaneenschakeling van dergelijke ervaringen, die de Nederlandse F-16-bemanningen tijdens de vele uitzendingen sinds 1995 hebben opgedaan. Het leest weg als een spannend avonturenboek, zonder de ervaringen te romantiseren. De schrijvers hebben overigens niet alleen aandacht voor de militairen hoog in de lucht; sporadisch komen ook de grondtroepen die op hun hulp zijn aangewezen aan bod en blijkt hoe er een band ontstaat tussen beide. Als in 2007 tijdens een aanval in de Chora-vallei in Afghanistan sergeant majoor Leunissen van de landmacht sneuvelt, komt dat bij Jan-Willem ‘Puff’ van Alphen, die vanuit de lucht bij het gevecht was betrokken, hard aan. Maar tijd om te rouwen is er niet; de hulp van de F-16’s is elders alweer dringend nodig.

Missie F-16 is een eerlijk en boeiend stuk geschiedschrijving en het zijn de persoonlijke verhalen die het onderwerp meer dan recht doen. Ook moeilijke, en nu bijzonder actuele, onderwerpen schuwen de schrijvers niet. In het voorlaatste hoofdstuk komen burgerslachtoffers indringend ter sprake, en wat dat met een vlieger doet.Daaruit blijkt dat, hoewel ze een uitzonderlijke groep binnen de krijgsmacht vormen, zij niet bovenmenselijk zijn. En dat levert een sympathiek portret op.

Olof van Joolen en Silvan Schoonhoven, Missie F-16. Nederlandse jachtvliegers boven brandhaarden, Uitgeverij Nieuw-Amsterdam, 224 pagina’s (€ 20,00)

Beeld: Archief NIMH

Deze recensie verscheen eerder in de Militaire Courant editie december 2019.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.