Zoektocht in de leegte

Een boek als Trijp vraagt eigenlijk om twee recensies. Een roman is in eerste instantie een kunstwerk, en moet op die mérites beoordeeld worden. Maar er zijn onderwerpen die zo dicht op de huid zitten, dat het voor de hand ligt om ook die kant van het verhaal tegen het licht te houden. Dit geldt zeker voor de roman Trijp van Annemarie Bleeker, dat gaat over het verwerken van een (oorlogs)trauma. Maar wat prevaleert dan: het literaire kunstwerk, of het menselijke drama?  

Door Antal Giesbers 

Bleeker maakt het je niet gemakkelijk om te duiden wat haar positie is in dit dilemma: zij heeft een literair werk geschreven, maar op de cover van het boek staat meteen een aanbeveling van Dutchbatveteraan Wim Dijkema: ‘Herkenbaar voor iedereen die met een trauma in aanraking is geweest!’ 

Het verhaal draait primair om oorlogsveteraan Simon, die de leegte van de Schotse hooglanden opzoekt, waar zijn oude kameraad Bernd als een antieke kluizenaar leeft. Simon probeert met zichzelf en de wereld in het reine te komen. Continu duiken herinneringen op uit zijn oorlogstijd, soms opwellend uit zijn onderbewuste, soms getriggerd door wat hij ziet, of ruikt, of hoort. Trijp is ook het verhaal van zijn partner Roos, die gebukt gaat onder een persoonlijk trauma. Zij blijft achter en probeert op haar manier haar verleden onder ogen te zien. 

Vaak gaat Bleeker met die twee getormenteerde figuren om in een stijl die geserreerd te noemen is:  ‘Slagregens tegen de ruit vertroebelen het uitzicht. In de donkerte van het glas zie ik een man. Hij ziet er slecht uit. Wallen onder de zijn ogen. Zijn gezicht te mager. Ik wrijf zijn doorwoelde haar plat.’ Het zijn korte zinnen, met kleine observaties, als kralen aaneengeregen tot een ketting. Op die momenten komt de pijn van het trauma voor mijn gevoel het beste tot zijn recht, omdat die zinnen in de leegte lijken te vallen waarin de hoofdpersoon zich bevindt. Soms lijkt die leegte een zegen, vaak is het een hel.  

Ik heb het gevoel dat de auteur hiermee wil aangeven hoe Simon de wereld waarneemt: als een oorlogsveteraan die elk detail observeert en beoordeelt: dreiging of geen dreiging? Maar het lijkt me ook de stijl van de fotografe Bleeker: klik, klik, klik. Op andere tijden geeft de schrijfster zichzelf wat meer ruimte, en wordt de stijl evocatiever. Dat spreekt denk ik meer de beeldende kunstenares Bleeker aan. 

In het boek wordt niet uitgebreid stilgestaan bij de momenten die Simons en Roos’ trauma’s hebben gevormd. Het gaat vooral om de psychische en de sociale impact ervan, en het verwerken. 

De beide verhalen eindigen – en moeten bijna wel eindigen – in een catharsis: Simon besluit, na zijn bezoek aan Bernd, terug te keren naar de bewoonde wereld. Hij verdwaalt, moet in de wildernis overnachten en wordt, bijna dood, door reddingswerkers met een helikopter afgevoerd. Roos komt tot het inzicht dat zij een stap naar de toekomst kan zetten, als zij zichzelf weet te vergeven. 

En de romantitel? ‘Trijp’ wordt vooral geïnterpreteerd vanuit de betekenis ‘slachtafval’. Maar trijp is ook een kostbaar weefsel van mohair. In die zin dekt de titel dus in symbolische zin beide ladingen: de historisch-inhoudelijke én de literaire. Maar het is mooi om te zien dat in één woord zowel het weerzinwekkende als het sublieme een plaats kunnen krijgen. En dat geeft weer hoop voor de toekomst… 

Annemarie Bleeker, Trijp, Qv Uitgeverij, 128 pagina’s (€ 15,45) 

Deze recensie verscheen eerder in de Militaire Courant editie maart 2020.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.