Huiskamer naast de kazerne

Met zeven vaste locaties in Nederland en een mobiele versie voor inzet bij grote oefeningen in het buitenland biedt ECHOS-Homes een huiselijke plek voor militairen en veteranen om tot rust te komen en elkaar te ontmoeten. In de vestiging in Schaarsbergen heeft de Militaire Courant met algemeen directeur Chris van den Berg een goed gesprek en een dito lunch.  

Door Niels Roelen 

De parkeerplaats van ECHOS-Home ‘de Landing’ in Schaarsbergen is, even voor tien uur ’s morgens, nagenoeg leeg en dus parkeer ik vlak voor de deur. Binnen valt mijn oog direct op de warmhoudvitrine op de bar. Ze hebben ze nog, de verse appelflappen en saucijzenbroodjes waar je als dienstplichtig militair, samen met een grote mok koffie voor naar het militair tehuis ging, de voorloper van de ECHOS. Chris is er nog niet, maar een groepje militairen nodigt me uit om even bij hen te komen zitten.  

‘Komen jullie hier vaak?’ vraag ik. 
‘Was het maar waar,’ lachen de jonge kapitein en zijn twee korporaals. ‘Meestal hebben we het te druk. De afgelopen weken waren echt een gekkenhuis en dan kom je gewoon niet de kazerne af. Dan drink je even vlug een kop koffie in de onderdeelsbar. Nu het een keer wat rustiger is nemen we even de tijd om te ontspannen. Dat is ook wel goed, even afstand nemen en samen zitten met een goede kop koffie en een stuk taart.’  
‘Druk?’ 
‘Ja, we werden de afgelopen jaren uitgezonden naar Irak en Afghanistan, maar nu die missies achter ons liggen is het niet minder druk geworden. Litouwen bijvoorbeeld, dat heet wel geen missie, maar je bent wel weg en het vraagt serieus wat van je. Dan zijn er natuurlijk de oefeningen, en allerlei taken die je van de straat houden.’

Terwijl ze vertellen over hun ervaringen op missie, haalt een van de korporaals nog een rondje koffie. Hij vraagt niet wat ik wil, maar neemt aan dat ik nog een thee neem.  
‘Zit jij nou eigenlijk nog in dienst?’, vraagt de kapitein aan mij. Ik schud nee en vertel dat ik schrijf, onder andere voor de Militaire Courant. Waar de aanwezigheid van pers vroeger gelijk argwaan opgewekt had, is deze generatie militairen opgegroeid met embedded journalism en ziet het als gewoon.  
‘Waar moet je nu over schrijven dan?’  
‘Over jullie, over jullie huiskamer naast de kazerne.’  
‘Kom jongens, we moeten gaan,’ antwoordt de kapitein cynisch. 
‘Dat komt goed uit,’ steek ik terug, ‘mijn afspraak komt net binnenlopen.’ 

De film A Bridge Too Far is onder deze groep nog steeds enorm populair.

Zoals het in je ‘eigen huiskamer’ hoort, zetten de jongens hun kopjes en schoteltjes op de trolley die er voor dat doel staat en zeggen gedag. Als ik naar buiten kijk, staat de parkeerplaats vol. Binnen zitten diverse mensen. Op de lange tafel rechts van mij liggen een aantal groene baretten. De gepensioneerde mannen die erachter zitten, dragen blauwe blazers met het embleem: Nunc aut nunquam.’ Even verderop zitten een paar agenten in uniform aan de lunch, maar de hoeveelheid rode baretten verraadt vooral dat de Luchtmobiele Brigade niet ver hiervandaan gelegerd is. 

‘Waar komt het idee van een militair tehuis eigenlijk vandaan?’ vraag ik als Chris is gaan zitten. 
‘Het is een fusie van de militaire tehuizen die je vroeger had,’ legt hij uit, ‘maar eigenlijk gaat het veel verder terug, tot 1874. Na de Frans-Pruisische oorlog werd ook Nederland gemobiliseerd. De militairen die opgeroepen werden voor de dienst werden dan vaak geplaatst op kazernes die ver verwijderd waren van hun woonplaats. Omdat men wilde voorkomen dat militairen zich ’s avonds zouden vervelen en dan rotzooi zouden gaan trappen, moest er een plek voor ze komen. Pro rege…’ 
‘Pro rege?’ 
‘Ja, dat betekent: voor de koning. Maar er moest dus een plek komen waar je gezellig samen kunt zijn. Er werden spellen gespeeld, gegeten en gedronken.’ 

Auteur Arnon Grunberg op bezoek bij Niels Roelen in de mobiele ECHOS in Kamp Holland, Afghanistan, 2007.


‘Is het die gezelligheid die maakt dat de militaire tehuizen de huiskamer van militairen wordt genoemd?’ 
‘Deels, maar het komt ook voort uit het feit dat de beheerders van die eerste militaire tehuizen door een man en een vrouw gerund werden. Die doopten de soldaten algauw tot vader en moeder om. Misschien wel omdat het vaak ook echtparen waren. Overigens kon je er buiten het spelen van spelletjes ook een opleiding volgen. Er moest iets zinnigs worden gedaan. Later, toen de geestelijke verzorging bij Defensie zijn intrede deed, werden die lessen vaak hier gegeven. De tehuizen zijn neutraal terrein, waar rangen en standen van minder belang zijn.’ 
‘Maar de dienstplicht verdween en daarmee de tehuizen ook.’ 
‘In eerste instantie wel, van de honderd tehuizen die er waren, zijn er nu nog maar zeven over. Met een beroepsleger leek de noodzaak te verdwijnen. We waren wel nog op missies mee. In eerste instantie heette dat het Holland House, een naam die op de Olympische spelen door Heinenken gekaapt werd. Later werd dat European Christian Home Of the Services, afgekort ECHOS.’ 


‘Wat doen jullie tegenwoordig nog met opleidingen?’ 
‘Natuurlijk vind je hier nog steeds de lessen geestelijke verzorging. Daarnaast bieden we ook lezingen van veteranen over hun missie en voorlichting aan. Maar soms ook een theatervoorstelling zoals Af, Srebrenica monoloog van Cees Geel. Die was een paar jaar terug in alle ECHOS te zien. Voor VEVA-leerlingen bieden we vaak films aan, aan de hand waarvan ze kunnen praten over oorlog en de gevolgen ervan, over leiderschap en meer van dat soort zaken. Je zou het misschien niet verwachten maar A bridge too far is onder die groep nog steeds enorm populair. Het is een oude film, maar superindrukwekkend.’ 
‘Dus jullie doelgroep is wel veranderd?’ 
‘Hoewel we er in de eerste plaats natuurlijk voor actieve militairen en veteranen zijn, is iedereen hier welkom. We hebben ook een inloopfunctie, zoals dat heet. Dat betekent dat we niet alleen een ontmoetings- of reünielocatie zijn, maar ook nuldelijnszorg geven. Een eerste aanspreekpunt voor mensen met problemen. In principe gaan we waar jullie gaan, Afghanistan, Irak en op dit moment ligt er dus ook een officieel verzoek voor een ECHOS in Litouwen, maar dat heeft nog wel wat voeten in de aarde.’ 

‘Moet je het, nu de dienstplicht is verdwenen, vooral van de lunch in plaats van het diner hebben?’  
‘Nee, iedere avond zitten we hier vol. Waar vroeger overigens de nadruk lag op de vette hap, ligt nu de focus op een gezonder aanbod. Dat zit ook in de afspraken die we met Defensie, die een deel van onze diensten financiert, gemaakt hebben. Je komt hier altijd wel iemand tegen en krijgt hier net als thuis “goed voor weinig”.’ 

Deze reportage verscheen eerder in de Militaire Courant editie maart 2020.

Beeld: Rickal Thomas

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.