Oorlog op de bank bij de psychiater

Wanneer iemand uit de geestelijke gezondheidszorg zich verdiept in de oorzaken van oorlog, dan moet daar wel een enigszins wonderlijke analyse uit voortkomen. In Onmacht en oorlogsverlangen van psychiater en psychotherapeut Antonie Ladan gaat de schrijver op zoek naar een antwoord op de vraag waarom zoveel mensen zeggen geen oorlog te willen, maar we er toch keer op keer een beginnen 

Door Peter Paul de Waal 

Wat Ladan in het kort betoogt, is dat mensen innerlijke drijfveren hebben om heimelijk naar oorlog te verlangen. Hij herleidt dat naar het in zijn ogen belangrijkste motief: een gevoel van onvermogen om zaken naar onze hand te zetten. Dit gevoel levert frustratie op, wat naar een uitweg zoekt om ons vertrouwen in het eigen handelingsvermogen te herstellen. Maar die onderliggende motivatie moet altijd met ogenschijnlijk rationele argumenten worden verhuld, omdat mensen denken te weten hoe verschrikkelijk oorlog is, maar niet als ophitser te boek willen staan.  

Dieper in het betoog komt echter naar voren dat we daar vandaag de dag geen enkele notie meer van hebben. Samenlevingen hebben oorlogshandelingen als het ware ‘uitbesteed’ aan beroepslegers, een kleine, selecte groep waarin de militairen zelf voor die roeping hebben gekozen en die daarom niet op veel begrip meer hoeven te rekenen. Bovendien vinden de oorlogen en gruwelijkheden ver van ons bed plaats. Burgers en politici merken er daarom weinig van en kunnen zodoende onverschillig blijven. Volgens Ladan is het dat mengsel van georganiseerde, maatschappelijke ‘onverschilligheid’ en een overheersend gevoel van onmacht, dat mensen en uiteindelijk samenlevingen steeds weer tot oorlog drijft.  

Iemand die is opgeleid in een militaire manier van denken, moet heel wat innerlijke obstakels overwinnen om in Ladans betoog mee te gaan. Zijn manier van kijken is echter niet zo wereldvreemd als het lijkt. Oorlog is immers een politieke aangelegenheid en zelden zuiver rationeel; daarin spelen vele innerlijke motieven eveneens een belangrijke rol. Het geeft te denken dat de rem om in buitenlandse conflicten op te treden minder krachtig lijkt te zijn geworden sinds Nederland over een veel kleinere beroepskrijgsmacht beschikt. En ook al is de opvang van veteranen met oorlogstrauma’s in ons land redelijk goed geregeld, heb ik de indruk dat er een algemeen heersend gevoel van onverschilligheid heerst jegens de mannen en vrouwen die uit Nederlandse naam de oorlog in gestuurd worden. Zou dat met dienstplichtigen ook zo zijn geweest? 

Ladans uiteenzetting ten spijt is het de vraag, of landen hoofdzakelijk op basis van emoties besluiten ten strijde te trekken. Want politiek mag dan niet volkomen rationeel zijn, wie een land op verkeerde gronden de oorlog in stuurt, kan daar later op worden afgerekend. Een goed voorbeeld daarvan is de Britse premier Tony Blair, die ervoor koos om op basis van verkeerde inlichtingen samen met de Verenigde Staten in 2003 Irak binnen te vallen. Dat geeft ook aan, dat democratieën niet onfeilbaar zijn. Op zijn minst is dat een verontrustende gedachte.  

Onmacht en oorlogsverlangen

Antonie Ladan, Onmacht en oorlogsverlangenUitgeverij Boom, 176 pagina’s, (€ 21,00) 

Deze recensie verscheen eerder in de Militaire Courant editie maart 2020.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.