‘Coronabonding’: column Han ten Broeke

Voor de zomer moet de EU besloten hebben of en welke reactie het zal geven op de coronacrisis die de eurozone naar verwachting 8% tot 12% economische krimp zal bezorgen. Het coronafonds dat nu wordt opgetuigd is noodzakelijk om te voorkomen dat de recessie een L-vorm krijgt en ons voor decennia in de misère drukt. Maar de weerstand ertegen is minstens zo groot als ten tijde van de Griekse bail-out. De argumenten ertegen zijn ook dezelfde en ze zijn grotendeels juist; het Zuiden heeft nagelaten te hervormen en te bezuinigen en dwingt nu solidariteit af bij het Noorden dat dit wel deed. Maar er is een achterkant van dat gelijk. Het redden van Griekenland was namelijk ook de lakmoesproef voor de euro. De geloofwaardigheid van de nieuwe munt stond en viel met het blussen van de uitslaande brand in Griekenland die dreigde andere landen in financiële as te leggen. Zo werd Griekenland geblust en de euro gered. 

Nederland verdient zijn welvaart via de export en sinds de invoering van de euro in 2002 groeide ons handelsoverschot van 6,6% naar 10,7% (een toename van ruim 55 miljard euro). De keuze voor één Europese markt, met één Europese munt heeft veel nadelen, maar de Nederlandse exportpositie in de wereld en binnen Europa is erdoor versterkt.  

Corona leert ons nu versneld een aantal lessen: 1) globalisering is risicovol. Grondstoffen, halffabricaten en aanvoerlijnen die niet doorkomen, zetten onze fabrieken en levens stil en tonen onze kwetsbaarheid en afhankelijkheid, bijvoorbeeld van China. 2) de coronapandemie is zelf weliswaar volstrekt democratisch, onideologisch en maakt geen onderscheid tussen leiders (Boris Johnson) of het volk, maar de landen die het virus misbruiken om er geopolitieke sier mee te maken (‘mondkapjesdiplomatie’) zijn het omgekeerde, zoals China. 3) Wie tegen dit virus en tegenover deze landen de eigen veiligheid en gezondheid wil bewaren, moet bereid zijn om ingrijpende en gecentraliseerde maatregelen te nemen, zoals China.  

In de wereld van de grote corporate bedrijven is de eerste les al getrokken. In sneltreinvaart worden waardeketens verbeterd en de risico’s met toeleveranciers gespreid. De trend is om meer in Europa te maken, want daar is immers voorspelbaarheid en controle. Grote multinationals lenen hun toeleveranciers ook grote hoeveelheden geld, opdat het eindproduct en dus zijzelf niet in gevaar komen.  

Datzelfde Europa probeert uit alle macht de tweede les te leren en organiseert nu een gemeenschappelijk coronafonds: een pakket van giften en leningen ter waarde van 1.850 miljard euro. Daarover bestaat grote onenigheid tussen de ‘afdeling zuinig’ en het Zuiden. En eenheid is juist weer de kern van de landen die de laatste les hebben geleerd, zoals Taiwan, Zuid-Korea en Israël. Zij hebben met elkaar gemeen dat ze grote vijanden aan hun eigen grenzen herkennen en verslaan. Of die nu komen met legers, kernbommen, terreur of in de vorm van een virus, hun eenheid stelt ze in staat om het gevaar te keren.   

Voor de zomer moet de EU laten zien of het ook die eenheid kan bereiken, uiteenvalt of zich uiteen laat spelen. Bij het immense coronafonds staat niet de euro, maar de interne markt op het spel; dé succesformule van de EU en hét verdienmodel van Nederland. Ditmaal kunnen landen als Italië en Spanje het geld dat men nodig heeft om de eigen economie te stutten niet langer lenen op de kapitaalmarkten zonder in een eindeloze schuldenval te trappen. Dus leent de Europese Commissie het geld met als onderpand de contributies van de EU-lidstaten zelf. Een deel wordt als subsidie (of ‘gift’) verstrekt en een deel als lening. Er worden geen schulden uit het verleden gefinancierd en het aandeel leningen en giften is in betere verhouding tot elkaar. Wel worden er eisen gesteld voor economische hervormingen, verdere vergroening en digitalisering. Ook wordt de contributie niet wezenlijk verhoogd, een eis van Nederland. Geen ‘coronabonds’ dus, maar wel een vorm van coronabonding. Uit welbegrepen eigenbelang doet Nederland er, na nog wat concessies, goed aan hiermee in te stemmen.   

Han ten Broeke was van 2006-2018 Tweede Kamerlid voor de VVD. Hij was woordvoerder Buitenlandse Zaken en werd in 2012 voorzitter van de vaste commissie voor Defensie. Nu werkt hij als Director Political Affairs bij het Haags Centrum voor Strategische Studies. 

Deze column verscheen in de Militaire Courant, editie juni 2020. Bekijk hier waar je de Militaire Courant kunt halen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.