Column Han ten Broeke: Merkels Europese finale

Han ten Broeke was van 2006-2018 Tweede Kamerlid voor de VVD.  Hij was woordvoerder Buitenlandse Zaken en werd in 2012 voorzitter van de vaste commissie voor Defensie. Nu werkt hij als Director Political  Affairs bij het Haags Centrum voor Strategische Studies.  

Het overbrengen van de Russische oppositieleider Navalny naar Duitsland leidt een nieuwe fase in tussen de Europees-Russische betrekkingen en Angela Merkel gaf daarvoor zelf het startschot. Tegelijk is dit haar finale als de enige politiek leider die Europa het afgelopen decennium heeft gekend. In het laatste jaar van haar regering wijst ze de EU de weg naar een meer geopolitiek en geo-economisch optreden. Dat is bijzonder, want de Duitse economie heeft het meest te verliezen bij een zelfbewustere Rusland-politiek. Mijn verwachting is dat zij daarmee een nieuwe wending geeft aan de Ostpolitik, die sinds begin jaren ’70 door haar voorganger Willy Brandt is ingezet en die decennialang de Duitse houding naar Rusland heeft bepaald.   

In de Duitse politiek kent men het onderscheid tussen pro-Russisch en pro-Moskou. Partijen als Die Linke, grote delen van de SPD en tegenwoordig zeker ook AfD, delen een unverfroren  sentiment dat vaak pro-Russisch en anti-Amerikaans is en tegenwoordig zelfs soms uitmondt in het goedpraten van de illegale acties van het regime in Moskou. Onder het motto  Wandel  durch  Handel claimde en kreeg West-Duitsland de mogelijkheid om Russisch gas te importeren via door haar betaalde pijpleidingen. Sinds 1973 stroomde dat gas onder het IJzeren Gordijn naar de Duitse staal- en autofabrieken, die tegenwoordig de auto’s uitspugen die in groten getale in Rusland en China worden verkocht. Ook tijdens een korte onderbreking begin jaren ’80 vanwege de Russische invasie in Afghanistan bleven de Duitsers  Kooperation statt Konfrontation bepleiten.   

De geschiedenis kan raar lopen. Nu zet Rusland een prijs op het hoofd van Amerikaanse soldaten die op uitnodiging van de huidige Afghaanse regering in dat land hebben geïntervenieerd na 9/11. Maar het bounty-schandaal, waarbij Amerikaanse soldaten in Afghanistan het doelwit zijn voor Taliban die prijsschieten tegen Russische roebels, is slechts een van de vele buitenlandse misdragingen van het regime in Moskou. De verdenking van oorlogsmisdaden in Syrië, waarbij Russische piloten al dan niet bewust ondergrondse ziekenhuizen hebben geraakt, de groene mannetjes in ongesigneerd uniform die de Krim annexeerden en de brutale moorden op Russische verraders in het buitenland (Litvinenko (2006) en Skripal (2018)) door vergiftiging of het doodschieten van politieke tegenstanders in Rusland zelf (Anna Politkovskaya (2006) en Boris Nemtsov (2015)), lijken in Berlijn tot een nieuwe afweging te leiden.  

Op 24 augustus maakte Merkel in een persconferentie bekend dat Alexey Navalny was vergiftigd door een verboden chemisch wapen: Novichok. Dit is een gifstof die in Russische laboratoria is ontwikkeld en eerder in 2018 werd gebruikt tegen de voormalige medewerker van de Russische militaire inlichtingendienst GROe Sergej Skripal en zijn dochter Joelia, die bij hem op bezoek was in zijn verblijfplaats in het Engelse Salisbury. De Russische leider Poetin heeft nooit een geheim gemaakt van het feit dat verraders voor de Russische staat een legitiem doelwit zijn. In 2010, het jaar dat dubbelspion Skripal asiel kreeg van de Britse regering, liet Poetin weten dat ‘traitors will kick the bucket… those thirty pieces of  silver they  were given, they will choke on them’. De Skripal-case (die overigens een onschuldige Britse vrouw het leven kostte) leidde tot het uitwijzen van bijna 160 Russische diplomaten in een gezamenlijke actie van Europese landen, met de VS en Canada.   

Maar met  Navalny lijken nu ook politieke opponenten hun leven niet langer zeker, daarmee wordt een nieuwe Rubicon overgestoken. Merkel eiste op een toon die niet eerder zo helder was dat Rusland subiet en in alle openheid een onderzoek moest starten en de daders van de vergiftiging voor het gerecht moest brengen. Ze informeerde tegelijk de Europese en NAVO-partners en dwong een verklaring af van de ministers van Buitenlandse Zaken van de G7-landen (waar Rusland al een tijdje niet meer welkom is). Dat alles zou nog als woordengekletter geduid kunnen worden, maar in Duitsland is tegelijk een discussie begonnen die sinds de jaren ’70 niet mogelijk was: dat zelfs de nieuwe gaspijpleiding, Northstream II, weleens kan worden afgeblazen. Zelfs als het project alleen maar bevroren wordt, heeft de discussie die in de Duitse politiek is gestart enorme doorwerking op het vermogen van de EU Rusland te confronteren met de grenzen van haar wangedrag.  

Deze column verscheen eerder in de Militaire Courant, editie september 2020.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.