Column: Austerlitz

Hoe je kunt wielrennen in Polen is mij sinds de oefening Rhino Drawsko een raadsel. Vanaf het moment dat ons busje bij Kolbitzow de grens passeert, komen we niet meer boven de tachtig kilometer per uur uit en moet onze bestuurder alle mogelijke moeite doen om ons op de weg te houden. We rijden niet, we stuiteren tussen de kraters en de scheuren van de Poolse snelweg over de Oder naar het oefenterrein Drawsko Pomorski.  
Volgens Isa, een Poolse politieagente die vorig jaar samen met de Wounded Warriors vanaf de D-Day-stranden naar Oirschot fietste, is het asfalt gladgetrokken, het rolt en is rap, heel rap. Het meest spectaculaire asfalt van het peloton ligt al een paar jaar in Katowice. Met snelheden ver boven die van ons busje, denderen de renners vanaf de rotonde in één dalende lijn naar de streep.  
Na maanden op stal gehouden te zijn door corona, mogen ze eindelijk naar buiten. Geamuseerd kijk ik naar de koeien die eindelijk weer in de wei springen en schuif naar het puntje van mijn stoel als de sprint begint. Onder het vod van de laatste kilometer, slaat de kudde op hol, zijn de koeien stieren in de straten van Pamplona geworden die op weg naar de arena nergens meer voor lijken te stoppen.  
Pas als de elleboog van Groenewegen Jakobsen een dranghek in duwt, zie ik het. De sprint is een aanval te paard. Een ouderwetse charge in volle galop met de finish als aanvalsdoel. In de aflopende en steeds smaller wordende weg in Katowice zie ik de val die Napoleon tijdens de Driekeizerslag in Austerlitz zette. Vijf augustus 2020 wordt twee december 1805.  
Onderaan de heuvel lonkt de overwinning en dus storten de Kozakken zich omlaag. Pas als het te laat is, op het moment dat de eerste granaten tussen de voorhoede van de meest onverschrokken ruiters landen, spatten ze uiteen. Paarden, ruiters en alles wat geraakt wordt vliegt door de lucht. Tussen de gescheurde uniformen, onder de achterhoede die over hen heen dendert, liggen de kreunende en schreeuwende soldaten. Steken sleutelbenen uit en moet ergens de kaak van Jakobsen liggen. Op zijn erelijst prijkt de eerste overwinning van dit seizoen en misschien wel de meest memorabele uit zijn nog komende carrière. 
Een dag later neemt de foto voorop mijn krant me mee terug naar de ravage van het slagveld. Jakobsen ligt nog altijd in een coma en ik vraag me af of hij kan herstellen, of hij ooit nog op dit niveau zal fietsen, maar sluit niet uit dat hij hier zijn Waterloo vindt. 
‘Ik heb dit nooit gewild’, huilt Groenewegen. Als kijker voel ik het ongemak zoals ook de generaals van Napoleon dat gevoeld moeten hebben toen hij ze bewust over het slagveld meenam.  
‘Luister naar het lijden van onze verminkte soldaten.’  

Elke editie van de Militaire Courant schrijft Niels Roelen een verhaal bij een gebeurtenis uit de actualiteit. 

De Slag bij Austerlitz verbeeld door François Gérard.

Deze column verscheen eerder in de Militaire Courant, editie september 2020.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.