Interview Khadija Arib: ‘Politiek? Dat gaat over alles’

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen die recent gehouden zijn, sprak de Militaire Courant met de voorzitter van de Tweede Kamer, Khadija Arib. Deze week werd ze opgevolgd door Vera Bergkamp, maar dat verandert niets aan haar boodschap. ‘We zijn allemaal verantwoordelijk voor de democratie. Juist als het vertrouwen daalt, is het belangrijk om je stem te laten horen.’ 

Door Niels Roelen 

Khadija Arib is altijd politiek betrokken geweest en ziet stemmen als een morele plicht die we allemaal hebben. Een overtuiging die gesterkt wordt in de tijd dat ze als verkiezingswaarnemer landen bezocht waar de democratie nog erg wankel is, zoals Marokko, Indonesië en de Palestijnse gebieden. ‘Bovendien,’ voegt ze toe, ‘merken we juist in deze tijd dat politiek over alles gaat.’ 

Het debat in goede banen leiden, hoe doet u dat? 
‘Als voorzitter sta je boven de partijen, dan doet je eigen politieke kleur er eigenlijk niet toe. Mijn voorganger, Gerdi Verbeet, zei altijd dat je daar drie essentiële instrumenten voor hebt: het Reglement van Orde, de klok en een goed humeur.  
‘Voorafgaand aan een debat wordt bijvoorbeeld bepaald wat de spreektijd is, als een Kamerlid daar overheen gaat, kan ik daar eenvoudig op wijzen en ingrijpen. Het helpt ook om de vragen van Kamerleden kort en tot de kern te houden. Niet de lengte of hoe vaak een vraag gesteld wordt, maar de kwaliteit van de vraag is doorslaggevend als het gaat om een inhoudelijk en gedegen antwoord van de minister. Als Kamerleden een uitleg willen, moeten ze niet te veel tijd verspillen aan de vraag. Bovendien brengen uitgebreide vragen ook vaak het risico met zich mee dat de antwoorden niet helder of ontwijkend zijn.’  

Juist die ontwijkingen en ellenlange vragen in het debat, maken dat ik als kijker soms afhaak. Dan heb ik moeite om dat goede humeur te behouden. Hoe doet u dat? 
‘Vaak lukt dat met subtiele opmerkingen. Wanneer er veel herhaling in een debat zit en de beurt is aan een ander Kamerlid om te reageren, kun je bijvoorbeeld iets zeggen als: “Ik neem aan dat u een andere vraag gaat stellen?” Een andere keer sta ik de herhaling juist toe en wijs ik de minister erop dat hij een duidelijk antwoord moet geven op de vraag die is gesteld.’ 

Khadija Arib (c) Jitske Schols

Gaat u weleens te ver? 
‘Soms ben ik weleens wat te streng. Andersom gebeurt ook: dat ik iets laat lopen, waarvan ik later denk: “Ik had moeten ingrijpen.” Maar ik ben een mens en maak fouten. Soms zoek ik na het debat het betreffende Kamerlid op en dan spreken we erover. Die informele momenten zijn heel belangrijk.’ 

Heeft de komst van de sociale media en mobiele telefoon het debat veranderd en moet men dat niet net als in de klas verbieden? 
‘De telefoon kan lastig zijn. De komst ervan heeft veel veranderd. Ook zie ik dat de telefoon belangrijk is om informatie te krijgen. Kamerleden krijgen tijdens het debat regelmatig stukken en moties toegestuurd. Er zijn stukken die ze tijdens het debat op kunnen vragen en in willen zien, stukken die op het laatste moment binnenkomen. Dan kun je moeilijk gaan schorsen om alles te gaan printen.  
‘Het gaat erom wat je ermee doet en dat je je niet teveel van het debat laat afleiden. Het gaat niet alleen om het gesproken woord, het gaat ook om de houding en respect voor de inbreng van de ander. Daarom moet je elkaar aankijken. Er worden ook steeds meer filmpjes gemaakt voor sociale media. Het is goed als politici laten zien wat ze doen, een filmpje van zichzelf maken en dat posten. Maar het is niet de bedoeling dat je het gebruikt om te manipuleren; dat je knipt en plakt waardoor de context verdwijnt.’ 

Er was nogal wat commotie toen u als voorzitter de motie-Van der Molen tegen intimidatie van Kamerleden ondertekende. Viel u daarmee uit uw rol? 
‘Het was een unicum. In de Kamer gaat het er soms hard aan toe en dat moet ook kunnen. Op het moment echter dat Kamerleden filmpjes van elkaar maken om te manipuleren, je bewust een verkeerd beeld creëert van andere politici, dan gaat het om het aanzien van de gehele Kamer. Dat is schadelijk en daarom vond ik het belangrijk te tekenen.’ 

Tot slot, als voorzitter neemt u geen deel aan het debat, maar moet u inhoudelijk op de hoogte van het onderwerp zijn? 
‘In principe weet ik vaak waar het om gaat, daarnaast bereiden de griffiers van de commissie ook vaak een notitie met de belangrijkste informatie voor. Het mooie van mijn vak is overigens dat bijna alle debatten anders lopen dan je van tevoren verwacht. Als het gaat over Defensie, dan weet je bijvoorbeeld dat de SP heel anders in een debat over Afghanistan zit dan de VVD of het CDA. Die debatten leveren vrijwel altijd vuurwerk op.’   
Zodra er een nieuwe Tweede Kamer is gekozen, wordt er ook uit haar midden een nieuwe voorzitter gekozen. Mevrouw Arib heeft zich ook nu weer beschikbaar gesteld als voorzitter en hoopt dat de Kamer na de formatie opnieuw het vertrouwen in haar uit zal spreken.  

Het presidium van de Tweede Kamer (ten tijde van het interview)
Het presidium van de Tweede Kamer bestaat uit de voorzitter en de ondervoorzitters. Het heeft vooral een organiserende taak. Naast het plannen van de agenda van de Tweede Kamer, stellen ze de begroting op en beheert het presidium de uitgaven. Het presidium bestaat uit: mw. Arib (PvdA), dhr. Tellegen (VVD), dhr. Bosma (PVV), mw. Van Toorenburg (CDA), mw. Bergkamp (D66), dhr. Van der Lee (GL), dhr. Van Raak (SP), dhr. Voordewind (CU), dhr. Nijboer (PvdA). 

Khadija Arib 
Khadija Arib (1960), kwam als dochter van Marokkaanse ouders op haar vijftiende naar Nederland. Ze studeerde sociologie aan de UvA en is daarna onder andere werkzaam in Breda, Utrecht en Amsterdam. In 1998 komt ze voor de PvdA voor het eerst in de Tweede Kamer. 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.