Column Han ten Broeke: China, China en nog eens China

Hoe vaak de Amerikaanse president Trump het ook riep: “China virus!”, hij wist zijn herverkiezing er niet mee zeker te stellen. Sterker nog, hoewel hij de infectie overleefde deed het virus hem politiek de das om. De statistieken van volle ziekenhuizen en oplopende dodenaantallen blijken zelfs de meest geharde populisten te kunnen treffen. De ‘pandemic populists’ vallen dan ook in twee categorieën uiteen. Zij die het virus heel serieus nemen; Orban (Hongarije), Vucic (Servië), Netanyahu (Israël), Rajapaksa (Sri Lanka), Modi (India), Duterte (Filippijnen), Erdogan (Turkije) en Morawiecki (Polen). Aan de andere kant de populisten die, net als Trump, het niet serieus namen: Lukashenko (Belarus), Bolsonaro (Brazilië), Obrador (Mexico), Ortega (Nicaragua). In ons eigen land worden de beide categorieën vertegenwoordigd door respectievelijk Geert Wilders en Thierry Baudet. U mag zelf uitmaken welke categorie van populisten dit jaar de verkiezingen winnen.  
Ondertussen is China zelf, nu een jaar na de COVID-19-uitbraak in Wuhan, razendsnel uit de hoek gekomen. Het is de enige grote economie ter wereld die over 2020 stabiele groeicijfers heeft laten zien. En terwijl de wereldwijde investeringen met meer dan veertig procent afnamen, namen Chinese investeringen alweer licht toe. China’s directe investeringen (FDI) in Europa stootten zelfs de VS van de troon. Met uitzondering van een paar landen (Zuid-Korea, Taiwan, Nieuw-Zeeland) is China dan ook het enige land ter wereld dat geen scherpe keuze hoeft te maken tussen het openstellen van de economie of het in de benen houden van de gezondheidszorg. Het autoritaire Chinese systeem kan immers snel mobiliseren en vrijheden onderdrukken en boekt daarmee op medisch, diplomatiek en economisch terrein veel succes en wint wereldwijd aan reputatie.  

In februari 2020 belde de CEO van het Chinese SINOVAC-Biotech in lichte paniek met de partijleiding omdat hij per direct toegang tot alle Chinese laboratoria nodig had en een fabriek voor de productie van een vaccin. Drie maanden later stond er bij Beijing een fabriek en werd het Chinese vaccin geproduceerd in hoeveelheden die tegen het einde van 2020 naar 400.000 per dag en aan het einde van 2021 maar liefst de grens van totaal 1 miljard zullen hebben bereikt. En omdat het virus in eigen land goeddeels is verdwenen of direct met extreme lockdown de kop in wordt gedrukt, kan China zich in alle rust richten op andere landen in vooral Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Voor het Sinovac-vaccin is al met 24 landen een deal gesloten. De Chinese leider Xi heeft al twee miljard dollar uitgetrokken om het vaccin gratis aan Afrika te kunnen aanbieden en is bereid om Latijns-Amerika en de Caraïben 1 miljard dollar te lenen om het Chinese vaccin te kunnen kopen.  
Het moge duidelijk zijn. Het virus is wellicht van Chinese origine, het land zelf heeft er relatief weinig last van gehad en boekt met haar vaccinatie-diplomatie veel succes. China ziet zichzelf vooral bevestigd in haar vermeende ideologische superioriteit. De geopolitieke machtsverhoudingen zijn door het coronavirus versneld in het voordeel van China gekanteld.  

Maar wat moeten we met die constatering?  
De meeste analyses in de VS en Europa beschrijven de relatie met China als ‘geopolitieke competitie’ of in termen van ‘systeemrivaliteit’. Er is ook vrij brede consensus onder de analisten dat China niet politiek zal hervormen omdat het een economische hegemonie, althans in eigen regio, is geworden. Het gevaar bestaat zelfs dat in de Sino-Amerikaanse competitie ons Europese continent een soort ideologisch slagveld kan worden tussen de botsende geopolitieke continenten VS en China. Begrijpelijk willen Europese landen dat voorkomen en dus is de term “strategische soevereiniteit” bedacht (zie dit bericht van maart 2020). Het gaat hierbij om het zekerstellen van onze vrijheid als continent zelf een positie te bepalen tussen deze reuzen van de 21e eeuw. En om die soevereiniteit te tonen sloot de EU, vlak voor de jaarwisseling, een investeringsakkoord met China. In de Tweede Kamer ging het niet over het akkoord, maar over de vraag of er door de Chinezen genocide wordt gepleegd door Oeigoeren in werkkampen in de provincie Xinjiang te plaatsen. Nederland past veertig keer in de provincie, er wonen elf miljoen Islamieten die hun religie moeten ontkennen en tegelijk worden vrijwel al onze duurzame zonnepanelen er in elkaar geschroefd en komt het katoen van uw overhemd er waarschijnlijk vandaan.  
De Arabische wereld die altijd graag haar nood klaagt over de discriminatie van moslims in Europa zwijgt nu in alle talen over het leed van de Islamitische broeders in China. De VS en Canada daarentegen spraken al over een genocide, namen vervolgens wetgeving aan die import van T-shirts en zonnepanelen aan banden legt en onderhoudt verder grimmige banden met China. Daarbij gaat de gebalde vuist nog altijd vergezeld van een open hand. Maar slechts spaarzaam van een priemende vinger. 
Europa moet nu kiezen. En omdat COVID-19 het populisme wereldwijd heeft verdeeld in twee categorieën, waarbij die van de ontkenners is ontmaskerd, hebben we een kans om geopolitiek te bedrijven. Dat is een politiek die op de instemming van de bevolking kan rekenen omdat ze de les trekt uit deze pandemie en het succes van China: geopolitiek is veiligheid, vrijheid en gezondheid.

Han ten Broeke was van 2006-2018 Tweede Kamerlid voor de VVD. Hij was woordvoerder Buitenlandse Zaken en werd in 2012 voorzitter van de vaste commissie voor Defensie. Nu werkt hij als Director PoliticalAffairs bij het Haags Centrum voor Strategische Studies.    

Eén gedachte over “Column Han ten Broeke: China, China en nog eens China

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.