Gewond op missie, wat nu?

Zelfhulp & Kameradenhulp (ZHKH) is de militaire versie van EHBO. Hoewel de doelstelling, het redden van een mensenleven, hetzelfde is, verschillen de twee qua volgorde en prioriteiten wezenlijk van elkaar. De ervaringen die Defensie in onder andere Afghanistan en Mali opdeed, vormden de basis om het ZHKH-protocol opnieuw aan te passen. Reden voor de Militaire Courant om bij 104 JISTARC in ’t Harde aan te schuiven in een klaslokaal voor een lesje ZHKH nieuwe stijl. 

Door Niels Roelen en Mireille Bregman 

ZHKH mag dan voor Niels gesneden koek zijn, maar voor mij, Mireille, is dit protocol nieuw. Ik heb wel kennis van en ervaring met EHBO, maar het ergste wat ik heb meegemaakt is een afgesneden vingertopje. De hoeveelheid bloed die daaruit komt is weliswaar best groot in relatie tot het lichaamsdeel, maar niet te vergelijken met de verwondingen waar een militair op missie mee geconfronteerd kan worden.  

De ervaring vanuit recente missies laten zien dat dat volgens onze instructeur precies is waar het in het overgrote deel van gevallen van gewonden in gevechtssituaties om draait. In een ‘TIC’-situatie (troops in contact), waarin dus geschoten wordt, zijn militairen op zichzelf aangewezen omdat daar en op dat moment geen hospitaal met operatiekamer in de buurt is. Als je wordt geraakt door je tegenstander zijn dat vaak wonden met grote bloedingen, moet je als slachtoffer eerst jezelf helpen. Zijn buddy moet er eerst voor zorgen dat de vijand uitgeschakeld wordt, want anders vallen er gemakkelijk meer slachtoffers. De vreselijke keus die je op dat moment moet maken: eerst vechten, dan pas kunnen helpen is voor een militair ‘gewoon’. Er wordt niet voor niets gezegd dat er dan weinig kans op overleving is.  

Echt gebeurd: Bermbom Afghanistan  
Begin oktober 2007 vertrekt een Nederlandse patrouille vanaf Poentjak, een vooruitgeschoven post, op een patrouille naar Sorkh Murgab aan de ingang van de Baluchi-vallei. Als ze het dorp naderen, verandert de sfeer. Vrouwen en kinderen vluchten en volwassen mannen nemen, via een geheim gangenstelsel, posities in en openen het vuur op de Nederlandse troepen. Het eerste peloton reageert direct en neemt hun posities in. Het YPR-pantservoertuig van sergeant Athanasiadis stormt onder vijandelijk vuur naar een heuvel aan de zuidkant waar het op een bermbom rijdt. Het zware pantservoertuig komt volledig los van de grond. In het voertuig stinkt het naar kruit, diesel en verbrand vlees. De bemanning ligt over elkaar heen en schreeuwt naar elkaar. 
Sergeant Athanasiadis en korporaal Lekathompessie voelen een hevige pijn aan hun benen die ze tevergeefs proberen te bewegen. Hun broeken zijn nat en zitten onder het bloed. Voor beide militairen eindigt hun missie hier. Na een paar dagen vliegen ze terug naar Nederland, waar ze worden geopereerd. Na afloop van de missie krijgen zij het draaginsigne gewonden, kortweg DIG, toegekend.  

Treat first what kills first 
De instructeur legt ons eerst de theorie van het protocol uit. Eerder werd NAVO-breed C-ABCDE, dat nog redelijk lijkt op het EHBO-protocol, gebruikt, waarbij als eerste naar de bloedsomloop en ademhaling werd gekeken. Nu wordt overal MARCH geïntroduceerd. Een protocol dat gebaseerd is op het adagium ‘Treat first what kills first’. Los van die prioriteit is het een methode die door het verminderen van het aantal stappen ook vooral eenvoudiger is, waardoor er onder de stressvolle omstandigheden van een gevecht minder nagedacht hoeft te worden.   

MARCH bestaat in het algemeen uit twee fases: care under fire en tactical field care. In die eerste fase gebeurt alleen het hoogstnoodzakelijke, zoals een slachtoffer op zijn zij leggen. Is er een slagaderlijke bloeding in de ledematen te zien, dan moet een tourniquet aangelegd worden, zo hoog en strak mogelijk (high and tight).  

In de tweede fase, als de gevechtssituatie onder controle is, is het directe gevaar geweken, en wordt de gewonde militair zo goed mogelijk geholpen. Hierbij moet echter niet vergeten worden dat de eenheden dan aangewezen zijn op de beperkte hulpmiddelen die een militair in zijn eigen ZHKH-kit bij zich heeft. Het is het moment dat er gehandeld gaat worden volgens de letters van MARCH. 

Massive bleeding blijkt onder militairen doodsoorzaak nummer één. Haast is dus geboden, want een volwassen persoon kan binnen drie minuten leegbloeden. Het stelpen van die bloedingen kan op twee manieren: d.m.v. een tourniquet bij ledematen, of woundpacking bij andere lichaamsdelen. 

Met het aanleggen van een tourniquet wordt de bloedtoevoer van een (deel van een) arm of been afgekneld. Een amputatie is iets wat hierna veel voorkomt. ‘Woundpacken’ doe je met hemostatisch combat gaze. Een soort verbandpakketje met druppeltjes die op hars lijken en die zich aan een bloedvat hechten, dat je heel hard in een wond duwt. Daarna leg je er emergency bandage omheen, dat het meest lijkt op een combinatie van snel- en drukverband. 

Airway is een eenvoudige inspectie van de mond om vast te stellen of er iets is dat de luchtweg blokkeert. 

Respiration: constateren hoe snel iemand ademhaalt door te kijken, voelen en luisteren. Voorheen moest men 15 seconden luisteren en de ademteugen tellen. Niet alleen ging er daarmee vroeger onnodig tijd verloren, ook hadden veel militairen er door de omstandigheden veel moeite mee. Naast de ademhaling voer je in deze stap ook een borst- en rugonderzoek uit door te voelen en te kijken of er open wonden aanwezig zijn. Indien nodig leg je een chest seal aan; een grote sticker die de wond luchtdicht afsluit. 

Circulation: een moment om bewust stil te staan bij de toestand van het slachtoffer. Is hij bij bewustzijn, in shock of bewusteloos? Verandert er iets in zijn toestand, dan moet je weer terug naar het begin van het protocol. De C staat hier ook voor controle van de aangebrachte middelen: zit het tourniquet nog goed? 

Hypothermia: voorkomen dat het slachtoffer onderkoeld raakt. Dit is belangrijk omdat militairen met veel verwondingen vaak door het grote bloedverlies moeite hebben om hun eigen lichaam warm te houden. In de ideale situatie haal je iemand dan uit de elementen en geef je hem beschutting tegen zon, wind en regen. In een oorlogsgebied komt het vaak neer op inwikkelen in dekens en een isolerende onderlaag creëren. 

Na dit stappenplan kijk je vervolgens naar secundaire verwondingen zoals oogletsel, brandwonden, botbreuken en hoofdletsel. 

Militairen bereiden zich voor op een ZHKH-oefening.

Hulpmiddelen 
Na het theoretische gedeelte volgt een stuk praktijk waarbij de instructeur bij mij een tourniquet aanlegt, om vervolgens de andere uitrusting van de ZHKH-kit te tonen. Terwijl de tourniquet, eigenlijk niet veel meer dan een band met een stok eraan, mijn arm net onder mijn elleboog afknelt, wordt er op de tafel voor mij een chest seal, emergency bandage en wat andere zaken gedemonstreerd. Ik luister, maar zou het liefst de tourniquet lostrekken. Het mag dan volgens medici acht uur gedragen worden voordat een ledemaat afsterft, mijn vingers tintelen nu al. In de eerste stap, de Massive bleeding, werd mij ook duidelijk waarom het protocol ‘levensreddend’ wordt genoemd en dat het niet inhoudt dat het ‘ledematenreddend’ is. Een duidelijk verschil met EHBO, dat toch gericht is op de kleinere ongelukjes. Als er wel een schietincident op straat plaatsvindt, bel je in Nederland het alarmnummer, waarna het ambulancepersoneel een soortgelijk militair protocol volgt. Wat ik wel graag standaard veranderd wil zien, is de inhoud van de EHBO-doos. Ten eerste is een tourniquet handig en levensreddend, maar de eerdergenoemde chest seal ook. 

Deze ZHKH-les toont aan waarom het nodig is dat militairen er een ander protocol op na houden. Ik ben in zekere zin blij dat het tot nu niet noodzakelijk is geweest dat ik MARCH leerde, maar het bij bedrijfshulpverlening kan houden. Toch zijn er een aantal handigheidjes die ik in het vervolg meeneem. Je weet ten slotte maar nooit, een ongeluk zit in een klein hoekje. 

Nieuwsgierig geworden en zelf met het protocol oefenen? De ZHKH-app is voor iedereen downloadbaar in de Apple Store en Google Play. 





v.l.n.r. boven: handschoenen, tourniquet, kledingsnijder, gecomprimeerd gaas & combat gauze, emergency bandage
onder: steriel gaas, chest seal, oral rehydration salts, oogbeschermkap
Ingepakt IFAK-pakket: Individual First Aid Kit

Draaginsigne gewonden 
Het Draaginsigne Gewonden (DIG) wordt toegekend aan militairen en veteranen die onder oorlogsomstandigheden of tijdens vredesoperaties lichamelijk of psychisch letsel hebben opgelopen. Het DIG is voor de betreffende militairen en veteranen een belangrijke vorm van erkenning voor hun militaire inzet en de offers die zij daarbij hebben gebracht. Vulneratus nec victus betekent ‘gewond maar niet overwonnen’. 

Draaginsigne Gewonden

Beeldmateriaal: (c) Defensie

Dit artikel verscheen eerder in de Militaire Courant, editie juni 2021

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.