Artikel: Geschiedenis van vrouwen in de Nederlandse krijgsmacht

Anno 2021 is er toch geen onderscheid meer in geslacht hoor ik u denken. Het onderscheid nu is klein, maar dat is wel anders geweest. Net zoals vrouwen hebben gestreden voor het kiesrecht (en om gekozen te mogen worden), zo hebben vrouwen ook hun weg afgelegd binnen Defensie. Vandaag de dag is het geaccepteerd dat vrouwen een militaire functie hebben. Inmiddels is ook de eerste vrouwelijke generaal in Nederland een feit. Vrouwen mogen gevechtsfuncties bekleden en er zijn binnen Defensie weinig posities niet toegankelijk voor vrouwen.

Door Judith Wentink


Bij aanvang in de vroege jaren ’40 waren de mogelijkheden behoorlijk anders. Geen frontliniefuncties waren open voor vrouwen. Louter administratieve of verzorgende taken waren voor hen weggelegd. Het waren compleet afgezonderde troepen die apart van de mannen werden opgeleid en huisvesting hadden. Nederland is laat met het toekennen van militaire status aan vrouwen. In Amerika en het Verenigd Koninkrijk waren vanaf de Eerste Wereldoorlog al vrouwen in militaire dienst. Zij hadden vooral ondersteunende, administratieve en verzorgende taken. Het doel was om mannen vrij te maken zodat deze naar het front konden om te vechten. Nederland was in deze oorlog neutraal waardoor militarisatie van het andere geslacht minder gespeeld zal hebben. Echter in de Tweede Wereldoorlog was Nederland nog steeds terughoudend met het in dienst nemen van vrouwen.

Met gevaar voor eigen leven meldden dames zich uit alle windrichtingen
Een goede 5000 Nederlandse vrouwen waren tijdens de uitbraak van deze oorlog woonachtig in Groot-Brittannië. Onder deze vrouwen ontstond de behoefte om iets voor hun Vaderland te doen. Ze richtten een bond op die zich voorbereidde op een militair korps. In de zomer van 1943 kwam er een wervingsactie en werd een advertentie in een Nederlands blad geplaatst. Er meldden zich vrouwen wereldwijd (o.a. uit de VS, Curaçao en Suriname).
Een vasthoudende dame uit Nederland kwam ook. Dit was mevrouw Rutten. Ze vertrok begin augustus 1943 vanuit Nederland naar België en Frankrijk… Het werd een bloedstollende en slopende tocht. Onderweg moest ze uit handen van de Duitsers blijven. Elke treinreis weer die angst voor controles. Ze beschikte wel over een “carte d’identité”, maar het was een valse zonder nummer en met een provisorische vingerafdruk.
Ze verplaatste zich met gidsen door Frankrijk en onderweg haakten een aantal jongemannen bij haar aan. De groep doorkruiste de Pyreneeën te voet.
Na deze bergexpeditie kwam ze in Spanje waar ze zich veilig waande omdat ze beschikte over een Spaans visum. Totdat ze contact heeft met een pastoor die haar bij de politiecommandant aangaf. Er wordt een onderzoek ingesteld. Ze vluchtte maar kon het land niet uit omdat ze niet de juiste visums had. Een echtgenoot hebben in het land van bestemming, Engeland, is geen geldige reden voor een visum. Via allerlei kanalen is het haar uiteindelijk gelukt om net binnen vijf maanden de reis naar haar man af te leggen. Het laatste deel van deze trip was met een volledig geblindeerd KLM-toestel. Haar eerste blik op Britse bodem was die van geallieerde vliegmachines die ze tot dan toe alleen in bezet gebied had horen overkomen. Wat moet ze opgelucht zijn geweest. Mevrouw Rutten is een van de “Engelandvaarders” die zich aansluit bij het VHK en in 1944 haar bijdrage levert in net bevrijd gebied. Uiteindelijk is ze tot kapitein benoemd.

Zelfs de Koningin zag geen nut in militaire vrouwen
Op voorstel van het Ministerie van Oorlog wordt deze groepering in een hulpkorps gegoten, namelijk het Vrijwillig Vrouwen Hulpkorps (VVHK). Dit korps is onderdeel van het Rode Kruis en de dames droegen daarom het donkerblauwe Engelse uniform van het Rode Kruis.
Ze hadden op dat moment nog geen militaire status. De visie van Koningin Wilhelmina was, dat er voor deze vrouwen een mooie ongewapende humanitaire taak was weggelegd, maar dat militaire verbondenheid daarvoor niet nodig was. De Ministerraad was dezelfde mening toegedaan.
Geen militair onderdeel zijnde, betekent geen steun van de Britse autoriteit voor kleding, opleiding en voedsel. Dit werd een nijpende situatie. Deze status was nodig om hulp te kunnen bieden in bevrijd gebied en om daartoe middelen ter beschikking te krijgen als velduitrusting en een wagenpark.
Op o.a. aandringen van het Nederlandse Departement van Oorlog in Londen en de Minister van Oorlog, werd het VVHK in december 1943 omgedoopt tot VHK (Vrouwen Hulpkorps) en werd zij onderdeel van Defensie. De officiële akte hiervoor is pas in april 1944 getekend.
Vanaf nu is het VHK een gemilitariseerde eenheid en vielen de dames niet langer onder het Rode Kruis. Ze kregen een ander veld-uniform. Aangezien de standplaats op dat moment Engeland was, kregen deze dames een khaki werktenue, zoals dit door de Britse militaire vrouwen van de ATS werd gedragen. Het donkerblauwe -Service Dress- uniform behielden ze maar het rode kruis op de mouw en baret werd ingewisseld voor de Nederlandse leeuw.

Prinses Juliana bezoekt het net opgerichte VHK.

Deze vrouwen staan hun mannetje
De opgeleide VHK’sters maakten zich in november 1944 klaar voor de overtocht naar het vaste Europese land en hadden zich verzameld in een primitief tentenkamp. Dit verschepen ging niet zonder slag of stoot. De weersomstandigheden waren bar en boos en eenmaal bij de haven van Oostende aangekomen, kon de kapitein niet aanmeren en verloor zijn anker. De schepen dreven af naar een mijnenveld en tolden gevaarlijk in het rond. Een ooggetuige meldde, dat als je nog niet zeeziek was, je dat nu wel werd. De Kapitein moest terugvaren en kon pas de volgende dag met grote opluchting van dit gezelschap afscheid nemen. Hij zei: “You were all very nice, but by God am I happy to see you go!”
Na de landing in Oostende werden de VHK’sters ingezet in de net bevrijde gebieden in België en Zuid-Nederland. Ze gaven humanitaire hulp, verzorgden maar hielpen ook geëvacueerde kinderen en zorgden voor het transport. De vrouwen, onder wie vijf Engelandvaarders, waren gestationeerd in Brussel en maakten onderdeel uit van het Britse 1e Legerkorps. Hiermee is de eerste succesvolle opdracht van dit korps een feit. Er zullen nog vele volgen waaronder, kort na de Tweede Wereldoorlog, Nederlands-Indië. De prestaties blijven niet onopgemerkt en al snel is de naam “hulpkorps” niet meer toereikend. In het najaar van 1951 wordt zij verheven tot MILVA (Militaire Vrouwen Afdeling) voor de landmacht en MARVA voor de marine. Wegens ‘het verdrag van de politieke rechten van de vrouw’ uit 1953 konden deze aparte onderdelen niet blijven voortbestaan.
Zodoende is vanaf 1982 de vrouw volledig geïntegreerd in de Koninklijke Landmacht en hebben deze gelijke rechten. Hoezee!
Een kleine veertig jaar heeft het geduurd om naast de man te staan binnen de krijgsmacht. Het lijkt een lange weg en dat is het ook. Maar als je bedenkt dat er buiten Defensie nog grote verschillen zijn is deze pluim dan toch voor de Nederlandse Krijgsmacht.

Judith als re-enactor (c) Kilroy Elwin Luijendijk

Judith Wentink heeft haar leven lang interesse in de Tweede Wereldoorlog en Nederlands-Indië gehad. Ze is re-enactor op verschillende historische evenementen, waarbij ze het leven van voornamelijk Britse militaire vrouwen in WOII uitbeeldt. Ook is Judith erg actief bij de Stichting Veteranen Ontmoetingscentrum Detmerskazerne en vertelt ze graag op scholen over alle genoemde onderwerpen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.