Column Marc Bentinck: Petites phrases…

Wat 9/11 voor de VS was, is 23/2 (2022) inmiddels voor de Europeanen – of zou dat moeten zijn. Na de Russische invasie van Oekraïne is veel niet meer hetzelfde in Europa: een Zeitenwende inderdaad, niet alleen voor Duitsland maar ook voor heel Europa. Onder druk van de Russische agressie, werd binnen de EU en haar lidstaten opeens van alles vloeibaar. De EU – ooit opgezet als groots vredesproject – moest opeens de taal van rauwe macht opnieuw leren spreken; intra-Europese verhoudingen gingen schuiven; vast communautair beleid werd overvleugeld door improvisatie; prioriteiten werden omgegooid. Zo riep de buitenlandchef van de EU, Josep Borrell, afgelopen maart de EU-lidstaten op tot het optuigen van niets minder dan een ‘oorlogseconomie’, om het dapper doorvechtende Oekraïense leger tijdig van voldoende wapens te kunnen voorzien. Getooid met hun ‘frontlijn-status’, zorgen Polen, de Baltische landen en Finland voor een verschuiving van het zwaartepunt van west naar (noord)oost – binnen de NAVO, maar óók de EU. Hun gecombineerde militaire slagvaardigheid én toegenomen internationaal gewicht zetten deze landen onomwonden in om de trans-Atlantische verankering van Europa voorop te blijven stellen.

Geldt 23/2 als een waterscheiding voor heel Europa, voor de Franse president Macron was het ook aanleiding om weer eens Franse stokpaardjes te berijden. Franse ambities zijn bekend: als enige EU-lidstaat die permanent deel uitmaakt van de VN-Veiligheidsraad én nucleair bewapend is, formuleert Frankrijk graag de grandes orientations stratégiques die volgens Parijs richtinggevend zouden moeten zijn voor Europa’s rol in de wereld. Meest besproken van deze orientations is Frankrijks streven naar ‘Europese strategische autonomie/soevereiniteit’. Naar Macrons overtuiging dient zich een multipolaire great game aan tussen grootmachten, waarin Europa binnen het Westen een eigenstandige poolfunctie moet kunnen innemen om zijn belangen ook zélf te kunnen verdedigen. Wat ‘zelf’ in de praktijk kan betekenen, heeft Macron de afgelopen paar maanden laten zien: de VS en de NAVO zo nodig op afstand houden, onder gelijktijdige cultivering van een ‘speciale dialoog’ met Rusland en China. Zo distantieerde Macron, op bezoek in China, zich van het Amerikaanse China-beleid. Alsof dit niet genoeg was, bestond hij het om in Beijing op te roepen tot een ‘wereldwijd partnerschap met China’.

Nu de realiteit. Nadat de NAVO gedurende het afgelopen jaar én haar onmisbaarheid én haar veerkracht opnieuw had bewezen, heeft Macron zijn eerdere vaststelling dat het bondgenootschap ‘hersendood’ was moeten inslikken. Verder heeft hij moeten inzien dat zijn eigengereide pogingen om Poetin ‘een vernedering te besparen’ een slag in de lucht zijn gebleven. Zijn – aanvankelijk bescheiden gehouden – wapenleveranties aan Oekraïne heeft Frankrijk bij nader inzien toch maar in lijn gebracht met die van het VK, Duitsland, Polen en zelfs Nederland. En met China zijn de kansen op een partnerschap zoals wij dat verstaan vrijwel uitgesloten, zoals Macron ongetwijfeld weet.

Met zijn geostrategische vergezichten haalt Macron in feite onvervalst Gaullistisch denken van stal. Achter zijn petites phrases over een multipolaire internationale orde waarin Europa zich ‘autonoom’, zo niet ‘soeverein’, moet kunnen opstellen, gaat de oude gedachte schuil dat Frankrijk Europa als hefboom moet gebruiken om zich te verweren tegen Russische maar ook Amerikaanse overheersing. Het diepgewortelde Franse wantrouwen tegen de anglo-saxons moge ons welbekend zijn, intussen komt Macrons recyclen van dit wantrouwen neer op een self-indulgence die het Westen zich eigenlijk steeds minder kan permitteren. Russen én Chinezen gaan maar al te graag mee in Macrons multipolaire discours, ja cultiveren het zelfs, om hoofdprijs Europa los te weken van de VS en daarmee de strategische eenheid van het Westen fataal te treffen. Evengoed schuwen Moskou en Beijing al samenwerkend niet de bipolaire confrontatie met het Westen. Tegelijkertijd sluimert tussen China en Rusland de nodige oude en nieuwe conflictstof. Gelegenheden genoeg dus voor het Westen om, diplomatiek en anderszins, gaten te schieten in een zich ontwikkelende as Moskou-Beijng – en daarmee de strategische uitdaging van een samenspannend Rusland en China te neutraliseren. Maar van het Westen vergt dit dan wél de discipline die bij saamhorigheid hoort: sharing risks, roles and responbilities.

Voor dat laatste blijft overkoepelende Amerikaanse regie onmisbaar, bij voorkeur onder een voortgezet, Europe-minded Democratisch presidentschap. Aangenomen mag worden dat óók Frankrijk – het recalcitrante jongetje van de Westerse klas – zich zal willen voegen. Frankrijk zal er geen mindere bondgenoot om worden, integendeel zelfs. 


Dit bericht verscheen eerder in de Militaire Courant van juni 2023.

De Militaire Courant is mede mogelijk gemaakt door Noventas verzekeringen

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.