De VvUE, Vereniging van UNMO’s en ECMM-ers, is op 6 juni van dit jaar opgericht voor en door Nederlandse militairen die van 1992-1995 in de Balkan hebben gediend als United Nations Military Observers (UNMO’s) en European Community Monitor Mission Monitors (ECMM-ers). “Zij stonden letterlijk in het hart van internationale missies”, zegt Teeuw, “ongewapend, levend tussen de lokale bevolking, maar met een missie: het monitoren van conflicten, het rapporteren van spanningen en het bevorderen van vrede.” Teeuw behoort tot de doelgroep. Hijzelf kwam in 1983 bij Defensie als dienstplichtig militair, maar besloot bij Defensie te blijven. “Ik heb in 43 jaar 26 functies gehad, en heb zo’n 19 jaar in het buitenland gewerkt en gewoond. Dat waren onder meer missies naar de Balkan, maar ik heb ook als uitwisselingsofficier in Noorwegen gewerkt en gewoond. Ik neem binnenkort vanwege mij leeftijd afscheid als commandant van het Talencentrum.”
‘Ongewapend, levend tussen de lokale bevolking, maar met een missie’
Hoe zijn jullie er nu toe gekomen om de VvUE op te richten?
“Twee jaar geleden presenteerde Dion Landstra zijn studie naar de effectiviteit van waarnemers op de Balkan: wat hun taak gekost heeft en wat het opgeleverd heeft. Die kosten waren vaak in de privésfeer. Het verschilt per individu, want je had waarnemers die op vliegveld Frankfurt werkten, terwijl anderen ongewapend en onder moeilijke omstandigheden moesten werken.
Zoals de waarnemers die vastgeketend werden aan bruggen toen de NAVO wilde gaan bombarderen. Sommige UNMO‘s hebben een hoge prijs betaald - maar hoe zet je politieke winst af tegen iemand die is gescheiden of aan de drank is geraakt?”
Waarom zijn UNMO’s en ECMM-ers zo anders dan militairen van gewone eenheden?
“Soldaten van een eenheid uitgezonden konden elke avond op hun compound met elkaar over hun ervaringen praten – en met Nederlandse psychologen of aalmoezeniers als het moeilijk was. “Waarnemers zaten in internationale teams: zij maakten geen deel uit van een Nederlandse eenheid. Je zag wel gedrevenheid, want van de pakweg vijftig internationale
waarnemersteams in Bosnië-Herzegovina was in bijna alle gevallen een Nederlander teamleider of diens plaatsvervanger. Dat zegt wel wat over de Nederlandse instelling! Maar als zij aan het einde van de dag op de compound kwamen, konden ze hun ervaringen niet delen. Sommigen voelden echt een gebrek aan erkenning. “Tijdens de bijeenkomst waar het boek van Landstra werd gepresenteerd, waren er veel waarnemers aanwezig. Het bracht ons werk nog eens onder aandacht en toen is het gevoel geboren: we moeten ons verenigen.“
Wat zijn jullie doelen? Wat willen jullie als eerste bereiken? Ledenwerving, of meer erkenning?
“Het is juist een van onze doelstellingen om vast te stellen of die behoefte er is, en zo ja, waar zou die erkenning dan uit moeten blijken? Die vraag stellen we aan onze leden. We laten wel zien dat we er zijn – zo stonden we onder meer ook tijdens de Veteranendag op het Malieveld. We zitten in de analysefase, en erkenning, waardering en uitbreiding zijn de grote vakken waarop we aan ’t schaken zijn. “De mensen die nu lid zijn, waren al zichtbaar bij het Veteranenplatform of het Veteraneninstituut. Het is aan ons om juist die mensen te vinden die zich tot nu toe niet aangemeld hebben, want dat zijn vaak de mensen die juist de meeste hulp nodig hebben. Waar wij kunnen, willen we het vangnet zijn voor mensen die dezelfde ervaringen hebben als wij. In de hulpverlening krijgen we ook professionele ondersteuning via de professionals van het Veteranenplatform: mensen met kennis en ervaring en diensten die 24/7 bereikbaarheid zijn voor mensen die hulp nodig hebben. Een aantal leden is ook nuldelijnshulpverlener, want het is altijd makkelijker praten met een bekende.”
De VvUE is dus duidelijk niet alleen een vereniging voor de gezelligheid, maar heeft actieve doelstellingen.
“Ja, leden moeten niet alleen naar het bestuur kijken om dingen te organiseren. We zijn direct begonnen met werkgroepen, onder meer voor erkenning en waardering, en voor diverse activiteiten.”
Staan jullie open voor waarnemers van andere missies, bijvoorbeeld uit het Midden-Oosten?
“Dat is een vraag die we nu aan onze leden stellen. Toen we via social media de vereniging
bekendmaakten, kregen we best veel reacties van die waarnemers: zij hebben dezelfde behoefte, maar met als achtergrond een andere uitzending. “We gaan kijken of we de vereniging voor hen openstellen voor die andere waarnemers. Kernpunt zijn wel de aantallen: over de hele periode ’92–’95 waren ongeveer vierhonderd Nederlandse waarnemers op de Balkan; daarvan zijn er nu 160 lid. De ECMM-missie liep door tot 2007; in deze periode zijn ongeveer vierhonderd Nederlandse militairen, inclusief ondersteund personeel, uitgezonden naar de Balkan. Er zijn circa 1100 waarnemers uit andere missies, maar we moeten voorkomen dat de club te groot wordt. Er zijn al ruim 140 verenigingen en stichtingen onder het Veteranenplatform te vinden, dus wellicht zouden zij hun eigen vereniging moeten starten. We willen wel onze identiteit behouden. Aan de andere kant: onze doelgroep wordt wel ouder, er zijn nu al leden van VvUE van over de 80, zo snel gaat de tijd. Door de groep uit te breiden, krijg je er ook jong bloed bij.”
‘Er waren onge- veer vierhonderd waarnemers op de Balkan; daarvan zijn er nu 160 lid’
Als je een jaar bestaat, wat wil je dan bereikt hebben?
“In ieder geval dat we elkaar met enige regelmaat treffen: elkaar zien en praten met mensen die onder dezelfde omstandigheden hebben gewerkt. Het aantal leden vind ik niet zo belangrijk, maar je moet wel bepaalde massa hebben.”
En meer erkenning?
“Wij vinden dat we hele spannende en gevaarlijke dingen hebben gedaan, maar geldt niet voor
iedereen. Het belangrijkste is kijken óf er behoefte is aan meer erkenning. Maar dat kan ook door
het organiseren van reizen naar Bosnië, of vaker naar elkaar luisteren. Het hoeft niet meteen een
speldje te zijn. Het gaat erom waar leden zelf behoefte aan hebben.”