Tien jaar geleden zette bedrijfskundige Barry Koperberg een idee op een Post-it. Het idee: cargo-drones die pakketten voedsel, medicijnen en noodhulp snel en goedkoop ter plaatse kunnen brengen. 

Tien jaar geleden hoorde Koperberg op de autoradio iemand erover klagen dat hij alle noodhulp voor een rampengebied klaar had staan, maar het uiteindelijk niet ter plekke kon krijgen: vrachtwagens werden tegengehouden, helikopters waren duur en gevaarlijk. “Die man zei letterlijk: ‘Had ik maar een fijnmazig distributiesysteem.’ En dat zette me aan het denken. Maar wat als je drones in zou kunnen zetten om hulppakketten ter plekke te droppen? Het probleem is dat het luchtvaartrecht zegt: ‘Je mag niét vliegen, tenzij’. Maar nood breekt wet, dus wie weet zouden drones wel noodhulp mogen afleveren. Ik besprak met universiteiten het idee om een systeem te ontwikkelen met cargodrones die op locatie hulp konden leveren. Zij vonden het een briljant idee, maar wetenschappelijk zonder veel uitdaging. Ik besloot om het zelf te gaan doen, samen met een groep experts. Pas als we een beginkapitaal van 1,5 miljoen konden binnenhalen, zouden we mensen aannemen en voor ons werk betaald krijgen.”

Het project kwam voor Koperberg op het juiste moment: “Ik was continue bedrijven aan het ondersteunen als adviseur, maar ik zat nergens achter het stuur. Ik wilde nu wel eens zelf bepalen hoe het lopen ging. En ik vond het mooi dat ik in de hulpverlening een rol kon spelen. Dat idealistische heeft vanaf het begin voorop gestaan: we wilden mensen in nood helpen. Dat het daarnaast ook geschikt is voor het bevoorraden van militairen, het afleveren verse groenten in afgelegen gebieden of het wekelijks en ad-hoc leveren van medicijnen, is secundair.”
Al heel vroeg kwam Koperberg in contact met Defensie. “Zij hadden het gevoel dat dit voor hen in de toekomst interessant kon zijn. Hun uitgangspunt: “Die cargo- drones, dat gaat een keer gebeuren. Beter dus dat we dit project steunen. Sindsdien hebben we een eigen militaire adviseur binnen Defensie. Defensie geeft niet alleen advies, maar als er iets getest moet worden, helpen ze ook.” Uiteindelijk leidden intensieve lobby en twee benefietconcerten, georganiseerd samen met de Rotary en de Luchtmacht, tot de benodigde financiële ondersteuning. “Voor Buitenlandse Zaken was het belangrijk dat Defensie het project steunde vanwege de kennis en begeleiding, en toen wilde Economische Zaken ook meedoen. Al snel hadden we alles bij elkaar bijna 3,5 miljoen startkapitaal.”

De parameters bepaalde eigenlijk het Rode Kruis, zegt Koperberg: “Een transportdrone die pakketten zou kunnen droppen, moest in ieder geval 250 kilometer ver kunnen vliegen – en terug -, en pakketten van maximaal 20 kilo kunnen droppen op een tennisveldje van circa 25 x 25 meter. Met die parameters zijn we aan de slag gegaan. Heel ingenieus hebben we een kartonnen doos ontwikkeld met flappen die er tijdens de val voor zorgen dat de doos met zijn onderkant de grond raakt. Met een speciaal ontwikkelde kreukelzone om ervoor te zorgen dat de inhoud niet stukgaat. Wij kunnen zelfs waterflessen van honderd meter hoogte intact beneden krijgen.”

drop
"Wij kunnen zelfs waterflessen van honderd meter hoogte intact beneden krijgen.” (© Wings for Aid)
 

Drone

Ook werd er een drone ontwikkeld, een klein onbemand vliegtuig dat acht dozen kan transporteren en droppen.

“We hebben, na enkele testvluchten en droppings in Nederland, de VN uitgenodigd voor demonstraties in Duitsland, Zuid-Afrika en Kenia en die waren wild enthousiast. Maar ze wilden zien dat het ook in de praktijk werkt. Het ging om het droppen van voeding in Madagascar. Daar heersen structureel enorme distributieproblemen, want mensen in afgelegen gebieden hebben die steun nodig. Tot dan toe was dat heel duur, want het moest per helikopter geleverd worden. Wij konden dat voor veel minder doen. En het verliep goed: we hebben daar duizend kilo aan voedselondersteuning gedropt.”

Op dat moment ging bij Wings for Aid de eerste champagnefles open, zegt Koperberg. “We zeiden steeds: we doen het pas als we echt hulp bij mensen in nood hebben geleverd. Maar toen ging die fles ook open! We werken nu naar een volgende opdracht. Je moet dan wel weer met de lokale luchtvaartautoriteiten aan de slag om dit mogelijk te maken: het gaat om het vaststellen van routes, registratie, communicatie-protocollen. Je moest steeds opnieuw het wiel uitvinden – maar het zal wel elke keer sneller gaan.”

Civiel-militair

Op dit moment kwam Defensie weer om de hoek kijken. “Ze moeten vaak mensen in het veld onderhouden, mensen die niet altijd even makkelijk bevoorraad kunnen worden. Maar dat kan wel met die doos van ons. Wat zij willen droppen, zijn bijvoorbeeld WOL(Warm Ontbijt Lunch)-pakketten. Inclusief speciaal verpakte waterflessen zit er in een doos genoeg om vier mensen 24 uur te voeden. Ook medicijnen en verbandmiddelen kunnen we prima droppen. We zijn ook aan het kijken of we chirurgische netten zo kunnen verpakken dat ze steriel aankomen. Bloed droppen, dat denk ik niet, maar we zijn het aan het onderzoeken. In eerste instantie wil Defensie daar eigen drones voor gebruiken, maar inmiddels zijn we voor hen ook een speciale versie aan het ontwikkelen, de MiniFreighter 3 serie, die we de Cargo Bat noemen. Dat is een robuuster vliegtuig, want er wordt niet zachtzinnig mee omgegaan. Neem de wielen: die moeten echt wel tegen wat bestand zijn. We ontwikkelen het wel meteen zo dat heel de NAVO er gebruik van kan maken. En natuurlijk ook de VN en het Rode Kruis.” “We zijn heel trots en tevreden op deze civiel-militaire samenwerking. We hebben een concreet nieuw logistiek systeem ontwikkeld dat zowel humanitaire slagkracht heeft als militair. De eerste marathon hebben we gelopen, maar nu staan we aan de startstreep voor de tweede marathon. We zoeken investeerders om een heel bataljon van drones te voorzien. Dus we hebben ook veel mensen nodig – maar dit keer geen ontwikkelaars, maar vooral: bouwers!” 

Altijd op de hoogte blijven?