Ik volgde na mijn vwo van 1977 tot en met 1981 de Koninklijke Militaire Academie, daarna begon ik mijn loopbaan bij een transportbataljon, wat leidde tot verschillende logistieke functies. In 1990 werd ik toegelaten tot de Hogere Militaire Vorming aan de Krijgsschool en vervolgens geplaatst bij de Landmachtstaf Operaties. Daarna kreeg ik de kans om in Parijs de Franse generaalsopleiding te volgen. Die periode heeft mijn liefde voor Frankrijk alleen maar versterkt.”
“Van 1995 tot 1997 was ik bataljonscommandant, aansluitend diende ik drie jaar bij de Franse Joint Planning Staff. Ik werkte met de Fransen in zeventien Afrikaanse landen, en kon een bijdrage leveren aan ontwikkelingshulp, maar ook deelnemen aan allerlei oefeningen. “Op mijn 42ste werd ik kolonel en commandant van het Opleidings- en Trainingscentrum Rijden (OTCRij). Later volgde mijn benoeming tot generaal en sous-chef internationale militaire samenwerking. Naast mijn militaire loopbaan studeerde ik bestuurskunde in Leiden. In 2016 nam ik afscheid van de krijgsmacht en ging ik met pensioen.”
‘Naast mijn militaire loopbaan studeerde ik bestuurskunde in Leiden’
Wat was de aanleiding om toen de politiek in te gaan?
“Ik had eerlijk gezegd mijn buik een beetje vol van de voortdurende bezuinigingen, en dat heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken. Men vond me een lastige generaal, vooral omdat ik steeds weer aandacht vroeg voor bijvoorbeeld het AOW-gat en het feit dat ons personeel daar telkens de dupe van werd. Er waren destijds zo’n tienduizend vacatures. Tijdens een strandwandeling datzelfde jaar drong het tot me door dat ik met mijn 52 jaar eigenlijk nog veel te jong was om helemaal te stoppen. Ik kijk ook met grote dankbaarheid terug op mijn loopbaan: de kansen die ik kreeg, mijn uitzendingen, en vooral de fijne mensen met wie ik mocht werken. Dat gevoel maakte dat ik iets wilde terugdoen voor Nederland én voor de krijgsmacht. “Forum voor Democratie sprak mij destijds het meest aan. Na diverse selecties belandde ik zo in de politiek, een stap waar ik tot op de dag van vandaag geen spijt van heb.”
Was het niet lastig om van de krijgsmacht, waar u als generaal het hoogste woord had, over te stappen naar de politiek, waar u zich juist vaak moet schikken naar anderen?
“Met die stelling ben ik het niet eens. Neem bijvoorbeeld de klimaatverandering en alle onzin die daarover wordt verteld. Veel wetenschappers werden monddood gemaakt en gecanceld, omdat bepaalde dingen niet gezegd mochten worden. Er moesten koste wat kost allerlei klimaatmaatregelen komen. In de politiek heb je, anders dan bij Defensie, geen machtsverhouding, maar je mag altijd je mening laten horen, ook al word je soms gecanceld. “Ik kom niet op tv zeggen dat ik niet bang ben voor de Russen, want ik geloof niet dat zij Nederland zullen veroveren. Ik vrees ook niet dat mijn kinderen over tien jaar Russisch zullen spreken als we 5,5 procent van het BBP aan Defensie zouden besteden. Ik vind wèl dat we die twee procent moeten halen, en dat de krijgsmacht weer op orde moet komen. “Van mening verschillen mag, maar dan wel op basis van wederzijds respect, en dat mis ik vaak in het debat. Wetenschap is een ideologie geworden. Mensen die dissident zijn en bijvoorbeeld vragen stelden over de verspreiding van corona – zoals Maurice de Hond – werden meteen als wappie neergezet. Achteraf bleek dat hij gelijk had. Ook bij Nordstream 2 heb ik nooit geloofd dat Rusland erachter zat. Waarom zouden ze? Als ze ons geen gas meer willen leveren, draaien ze gewoon de kraan dicht. “Al met al vind ik het opereren in de politiek dus niet frustrerend, maar juist motiverend. Wie niet tegen de stroom in zwemt, komt nooit bij de bron. Kritische vragenstellers zijn onmisbaar.”
U bent een groot bewonderaar van Napoleon. Wat zou de Nederlandse politiek van hem kunnen leren?
“Napoleon had veel slechte kanten. Hij was snoeihard en zijn privéleven was op zijn minst discutabel. Maar hij was altijd glashelder, en wilde dat het Franse volk er beter van werd. Toch was hij niet voorspelbaar. Vooral in zijn jonge jaren won hij veldslagen waarvan iedereen dacht dat hij ze onmogelijk kon winnen. Hij dacht strategisch en heeft maatschappelijk veel goeds gebracht. Wat we nu in Nederland zien, is juist een groot gebrek aan leiderschap.”
‘Al met al vind ik het opereren in de politiek dus niet frustrerend, maar juist motiverend’
Hoe kijkt u aan tegen de huidige ontwikkelingen in het beleid en de ontwikkelingen ten aanzien van Defensie?
“Ik ben blij dat we nu weer op die twee procent van het BBP zitten en kunnen beginnen met het
repareren van alle tekorten die zijn ontstaan door de draconische bezuinigingen. Maar dat kost
zeker tien tot vijftien jaar. Het is een illusie te denken dat alle problemen zijn opgelost als je er simpelweg nog eens honderd miljard tegenaan gooit. “We moeten de goede mensen die we hebben de juiste middelen geven. Dan zijn we op de goede weg. Wel zullen we bepaalde regels moeten parkeren, anders zijn we als een hond die zichzelf in de staart bijt. Als het niet kan
zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. Daarvoor is een cultuuromslag nodig. “Ik keer in november terug in de Eerste Kamer en hoop daar een steentje bij te dragen aan oplossingen voor de problemen die er nu spelen, zoals de woningnood, die echt moet worden aangepakt.
Natuurlijk moeten we ons aanpassen aan klimaatverandering, maar dat mag niet zo leidend worden dat we er collectief armer van worden. “Ook hoop ik de hypocrisie bloot te leggen van bepaalde opportunisten die daar vooral voor zichzelf zitten.”