Defensie past protocollen rondom oefeningen aan naar aanleiding van een aantal adviezen. Daarmee moeten grote bosbranden zoals die in het voorjaar van 2026 en dodelijke ongevallen zoals die zich in 2025 voordeden, worden voorkomen.
Nieuwe protocollen rondom oefenen in droge periodes
In het voorjaar van 2026 braken op meerdere defensieterreinen natuurbranden uit na oefeningen. Naar aanleiding van die natuurbranden heeft Defensie een evaluatie uitgevoerd en op basis daarvan protocollen verbeterd.
Het doel was en is om het risico op brand zo klein mogelijk te maken. Uit de evaluatie van onder andere overgedragen onderzoeksdossiers en proces-verbalen van het Openbaar Ministerie blijkt dat het bestaande protocol op enkele punten aangescherpt moet worden. Defensie past het protocol daarom aan.
Zo wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen het gebruik van pyrotechnische middelen en oefenmunitie. Bij het toepassen van uitzonderingen tijdens fase 2 (bijv. bij gebruik van spring- en ontstekingsmiddelen of oefenmunitie) is duidelijker beschreven wat ‘directe nabijheid’ van brandbestrijdingsmiddelen betekent (binnen een straal van 25 meter). De terreinopzichter krijgt het mandaat om bij hoog brandgevaarlijke risico’s de geplande of reeds aangevangen oefening te staken. Ook is duidelijker opgenomen in de protocollen dat een vervanger van een functionaris zich op de hoogte moet stellen van de geldende richtlijnen.
Meer aandacht voor persoonlijke veiligheid militairen
Ook waar het aankomt op de persoonlijke veiligheid van de militairen die aan een oefening deelnemen, gaat Defensie de protocollen aanscherpen. In 2025 deden zich tijdens oefeningen twee dodelijke ongevallen voor. Naar aanleiding van de onderzoeken en evaluaties na die ongevallen, zijn ook aanbevelingen gedaan om de veiligheid tijdens de oefeningen te verbeteren. Belangrijk onderdeel daarvan is dat de snellere groei van de krijgsmacht de veiligheid niet in het geding mag brengen. Een deel van die aanbevelingen is al in praktijk gebracht.