De NAVO heeft, als reactie op de Russische agressie aan de grenzen van Polen en Roemenië, een operatie gestart om de Oostflank nadrukkelijk te versterken. De operatie heet Eastern Sentry. Wat doet Nederland? Dit is wat we bij schrijven van dit artikel weten.

Het is geen eenmalig incident meer: inmiddels hebben Russische drones het NAVO-luchtruim geschonden in Polen en Roemenië. In de tweede week van september schonden negentien Russische drones het Poolse luchtruim, niet lang daarna vloog een drone Roemenië binnen. Eerder al was er sprake van Russische drones die neerstortten in de Baltische Staten, Moldavië en de Baltische staten. NAVO heeft nu in respons de operatie Eastern Sentry gestart. De situatie werd op scherp gezet toen Poolse en Nederlandse gevechtsvliegtuigen in de nacht van 9 op 10 september Russische drones boven Polen neergehaald. Voor het eerst zetten Nederlandse F-35’s daarbij hun wapens in om het NAVO-grondgebied te beschermen. Nederland heeft de F-35’s sinds 1 september in Polen gestationeerd, en sindsdien zijn de toestellen ten minste drie keer gealarmeerd. Bij de vorige ‘quick reaction alerts’ werden geen wapens ingezet. De incursie in Roemenië vond waarschijnlijk plaats omdat de Russen bij drone-aanvallen zoveel mogelijk de Oekraïense luchtafweer proberen te omzeilen. 

 

Er zijn daarnaast ook ‘innovatieve systemen’ toegezegd, mogelijk laserwapens

 

Eastern sentry

De Poolse president Karol Nawrocki sprak zijn waardering uit voor alle partijen die betrokken waren bij de onderscheppingen van de drones. Dat gebeurde onder meer met Poolse jachtvliegtuigen, maar ook met de F-35’s van Nederland. Die blijven nog tot 1 december met bondgenoten het luchtruim boven Oost-Europa bewaken. Volgens de president ging het bij de Russische provocatie om een poging de capaciteiten en het reactievermogen van de NAVO te testen. NAVO heeft nu besloten tot de operatie Eastern Sentry naar aanleiding van de Artikel 4 consultatie die door Polen is aangevraagd. Aan Eastern Sentry, waarin expliciet aandacht zal zijn voor het onderscheppen van drones, doen onder meer Denemarken, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland mee. Ook Nederland is hierbij betrokken, omdat de operatie vooral mensen en middelen toevoegt aan de bestaande NAVO-activiteiten. Naast de Nederlandse F-35’s, maken ook Nederlandse Patriots en Nederlandse anti-drone-systemen deel uit van de operatie. Er zijn daarnaast ook ‘innovatieve systemen’ toegezegd, mogelijk laserwapens of middelen om Russische systemen te verstoren.

Snel steun

Sinds de start van de grootschalige Russische invasie van Oekraïne in 2022 heeft het kabinet voor ongeveer €13,6 miljard aan militaire steun begroot. Maar nu is een deel van het budget voor militaire steun aan Oekraïne van 2026 naar dit jaar geschoven. “Nederland toont daarmee achter Oekraïne te blijven staan tegenover de Russische agressie”, laat defensieminister Ruben Brekelmans weten. Het gaat om drie soorten steun. Defensie levert voor €2,4 miljard direct uit eigen voorraden. Dit materieel wordt waar nodig zo spoedig mogelijk aangevuld of vervangen. De commerciële aankopen bij de industrie bedragen €6,1 miljard. Daarnaast draagt Nederland €179 miljoen bij aan NAVO-fondsen.

Samenwerking

Volgens het kabinet is de steun alleen vol te houden als de defensie-industrie wordt opgeschaald. Bedrijven kunnen nu nog niet snel genoeg leveren. Nederland werkt daarom samen met andere EU-landen en met de Oekraïense overheid en industrie. Er zijn plannen voor nog meer gezamenlijke productie van onder meer drones en andere onbemande
systemen. De krijgsmacht stelt marineschepen, landmachteenheden en vliegtuigen beschikbaar voor militaire paraatheid om het NAVO-verdragsgebied bondgenootschappelijk te verdedigen. 

 

Volgens het kabinet is de steun alleen vol te houden als dedefensie-industrie wordt opgeschaald

 

Training

Naast materieel zorgt Nederland ook voor opleidingen. Sinds 2022 is dat onder meer een bijdrage aan operatie Interflex. Dit programma in het Verenigd Koninkrijk is gericht op het snel en grootschalig trainen en opleiden van Oekraïense militairen. Het gaat daarbij om militaire basisvaardigheden en leiderschapstraining. Tot nu toe zijn via operatie Interflex ongeveer 60.000 Oekraïense militairen getraind. De Nederlandse bijdrage wordt in 2026 voortgezet met zo’n 90 landmachtmilitairen per rotatie. Verder zetten diverse eenheden en afdelingen van Defensie zich in om lessen voor Oekraïners in Nederland te verzorgen. Ook deze samenwerkingen gaan in 2026 door. In Roemenië blijft Nederland met maximaal 20 militairen een bijdrage leveren om Oekraïense marinierseenheden op hun taken voor te bereiden.

Mijnenjagers naar Bulgarije

Drie Nederlandse mijnenbestrijdingsvaartuigen van de Alkmaarklasse worden aan de Bulgaarse marine overgedragen. Dit is inclusief een simulator en reserveonderdelen. De Nederlandse marineschepen gaan in 2027 en 2028 naar het land in Zuidoost-Europa. Staatssecretaris Gijs Tuinman noemt de levering “een significante bijdrage aan de veiligheid in de Zwarte Zee.” De marine krijgt er wel zes nieuwe Mijnenbestrijdingsvaartuigen voor in de plaats. Dat is de Vlissingenklasse.  Het eerste schip is naar verwachting nog dit jaar  operationeel.

Altijd op de hoogte blijven?