De beëindiging volgt op het besluit van Irak en de Verenigde Staten uit 2024 om OIR in Irak gefaseerd af te bouwen. Daarmee komt voor Nederland een langdurige militaire inzet ten einde. Volgens Defensie hebben sinds 2014 ruim 6.300 Nederlandse militairen aan de missie bijgedragen. Het OIR gaat nog wel door in Syrië.
Van luchtaanvallen tot training
Nederland sloot zich in oktober 2014 aan bij de internationale coalitie die onder Amerikaanse leiding tegen ISIS opereerde. Nederlandse militairen vervulden in de daaropvolgende jaren verschillende rollen.
Zo werden Iraakse en Koerdische veiligheidstroepen getraind en geadviseerd. Nederlandse militairen hielden zich onder meer bezig met militaire opleidingen, advisering en ondersteuning van lokale veiligheidspartners. Eerder zette Nederland ook F-16's in voor de internationale luchtcampagne tegen ISIS. Nederlandse gevechtsvliegtuigen waren in 2018 vrijwel dagelijks actief boven Irak en Oost-Syrië en voerden daarbij aanvallen uit op ISIS-doelen.
De Nederlandse inzet veranderde in de loop der jaren mee met de ontwikkeling van de strijd. Waar aanvankelijk het terugdringen van ISIS centraal stond, verschoof de nadruk steeds meer naar het ondersteunen en versterken van de Iraakse veiligheidsstructuren.
De Nederlandse militaire betrokkenheid bij Irak begon overigens al vóór de strijd tegen ISIS. Tussen 2003 en 2005 namen Nederlandse militairen deel aan de stabilisatiemissie SFIR, gericht op veiligheid en wederopbouw in het land.
NAVO-missie gaat door
Het vertrek uit OIR betekent niet dat de Nederlandse betrokkenheid bij de Iraakse veiligheidssector volledig stopt. Naast OIR bestaat de NATO Mission Iraq (NMI). Deze missie heeft een ander doel: het adviseren, trainen en verder opbouwen van de Iraakse veiligheidssector.
De veiligheidssituatie in de regio heeft er echter toe geleid dat de NAVO haar aanwezigheid in Irak heeft aangepast. NMI opereert sinds begin dit jaar vanuit Italië. Daardoor zijn er momenteel geen Nederlandse militairen fysiek in Irak aanwezig, terwijl Nederlandse militairen en adviseurs wel vanuit Europa bijdragen aan de NAVO-missie.
Bron: Defensie