Nederland wordt het eerste land dat gaat investeren in een defensiestrategie waarbij software first en interoperabiliteit centraal staan. Daarvoor heeft het Ministerie van Defensie een strategisch partnerschap gesloten met Intelic.
Het ministerie en het softwarebedrijf hebben een driejarige overeenkomst gesloten. Daarin gaat Intelic aan de slag om de softwarebasis te leggen voor een toekomstig ecosysteem van onbemande systemen. Nederland is op deze manier het eerste land ter wereld dat formeel een ‘Software-First’-benadering van militaire interoperabiliteit in de defensiestrategie verwerkt.
Tot nu toe werden eerst platformen aangeschaft en werden eventuele integratieproblemen achteraf aangepast. Dat proces wordt nu omgedraaid: er wordt eerst gewerkt aan de interoperabiliteit los van, of zelfs onafhankelijk van de aankoopbeslissing. Dat moet ook wel, want de technologische ontwikkeling van drones en autonome systemen gaat en met honderden fabrikanten van drones en autonome systemen in Europa, is het risico op fragmentatie groot. Tegelijk laat de oorlog in Oekraïne zien dat militair voordeel niet alleen gehaald wordt met de kwaliteit en kwantiteit van hardware, maar ook met de software die al die verschillende systemen met elkaar laat samenwerken.
De samenwerking heeft een grote betekenis voor zowel het Nederlandse ministerie van Defensie als voor Intelic. Voor het ministerie betekent het dat er een nieuw model voor de modernisering van Defensie wordt opgezet. Ook voor Intelic is dit een grote mijlpaal.