Nederlands Veteraneninstituut: 'Er komt steeds meer erkenning en waardering voor onze veteranen'

20 maart 2024 - Jan Louwers

Generaal Paul Hoefsloot is directeur van het Nederlands Veteraneninstituut. We spraken met hem voor de Militaire Courant podcast. Een samenvatting van het gesprek is nu hier te lezen.

Generaal Hoefsloot, waar houdt het Nederlands Veteraneninstituut zich mee bezig?

‘Er zijn in Nederland ongeveer honderdduizend veteranen, van jong tot oud’, begint Hoefsloot. ‘Iemand die op zijn achttiende op een missie was, telt al als veteraan. Maar er zijn bijvoorbeeld ook nog Indiëveteranen. De eerste taak van het Nederlands Veteraneninstituut is het bevorderen van erkenning en waardering voor veteranen vanuit de maatschappij. Daarnaast doen we wetenschappelijk en historisch onderzoek naar hoe het met veteranen gaat en wat we daarvan kunnen leren, en we documenteren de verhalen van veteranen. De derde pijler is zorg voor veteranen. Dat gaat van een luisterend oor en nuldelijnsondersteuning tot gespecialiseerde zorg.’

Leidt de actualiteit tot meer telefoontjes?

‘Bepaalde gebeurtenissen en beelden uit het nieuws hebben wel dat effect ja. Het brengt vaak emoties met zich mee: “Nu gebeurt het weer. Hebben we dan niks geleerd?” Soms is het geven van aandacht dan voldoende: samen een kopje koffie drinken, even terugkijken en weer vooruitkijken. Vanwege Oekraïne is het wel enorm dichtbij gekomen. Oekraïne laat zien hoe kwetsbaar vrede en veiligheid zijn.’

‘Door de fusie zijn zes partijen bij elkaar gevoegd: de toenmalige Stichting het Veteraneninstituut, Stichting De Basis voor maatschappelijk werk, de afdeling
zorgcoördinatie van ABP/APG, de stichting Nederlandse Veteranendag, de coördinatie van de nuldelijnsondersteuning van het Veteranen Platform, en het programmabureau van het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen. Een fusie in coronatijd, je kunt wel
nagaan wat dat betekent. Maar ik was onder de indruk van alle mensen die bij de fusie betrokken waren, ze hebben echt een passie voor hun werk en de veteranen.’

Waar ligt jullie hoofdtaak?

‘Als organisatie zetten we ons in voor het vergroten van de kennis, participatie en erkenning en waardering van veteranen. Dit doen we door Veteranen op veel laagdrempelige manieren de mogelijkheid te bieden om hun verhalen te delen. Bijvoorbeeld door lokale veteranendagen en de Nederlandse Veteranendag te ondersteunen en het programma “Veteraan in de klas” waarbij veteranen hun verhaal vertellen in klassen. Daarnaast kunnen Veteranen met al hun vragen terecht bij het Veteranenloket.’

Er bestaat een hardnekkig beeld dat veel veteranen last hebben van hun ervaringen, wat zich uit in bijvoorbeeld het Post Traumatische Stress Syndroom (PTSS)…

‘Dat komt omdat vooral veteranen met dat soort problemen veel aandacht krijgen in de media. Maar met 90 procent van alle veteranen gaat het goed. Een kleine 10 procent klopt aan bij het veteranenloket voor een hulpvraag, vijf procent daarvan heeft hulp van een maatschappelijk werker nodig en slechts twee procent heeft echt hulp van de tweede- en derdelijnszorg nodig. Dit zijn gemiddelden, per missie verschilt dit uiteraard wel. Gemiddeld genomen gaat het hartstikke goed met onze veteranen, maar een klein deel heeft zorg nodig. Die proberen we zo goed mogelijk te ondersteunen. En ik denk dat we dat in Nederland heel goed doen.’

Die jonge veteranen, vraagt dat om een andere aanpak?

‘Zeker. De groep relatief oude veteranen vindt het fijn om bij elkaar te komen, met een biertje en eventueel een blauwe hap, maar de jongere groep is bezig met een eerste baan of is een gezin aan het stichten. Dus die mensen hebben andere behoeften. We willen met
die groep in contact komen om te kijken wat zij dan wèl nodig hebben. We hebben een meerjarenplan gemaakt, daarin is dat een item. Via de jongere veteranen die we kennen en die een breed netwerk hebben proberen we met deze doelgroep in contact te komen. Zo hopen we te laten zien wat we ze kunnen bieden. En als ze niks nodig hebben, dan is dat ook goed hè, het hóeft niet. Maar we zijn er ook voor hen!’

Geeft de overheid zelf de veteraan voldoende erkenning?

‘Als veteraan krijg je je veteranenpas en je veteranenspeldje. Dat is een blijk van erkenning en waardering. En dat kan voor jou als veteraan een speciaal moment zijn. Maar ik kan me ook voorstellen dat je, als je bezig bent een gezin te stichten, je het speldje netjes in de kast legt en doorgaat met de dingen die je moet doen. Ik was daar na mijn eerste uitzending in 1999 ook niet mee bezig. Ik kreeg m’n medailles en ging gewoon door met werken.’

Een belangrijke manier om de erkenning van veteranen zichtbaar te maken is de jaarlijkse landelijke Veteranendag op het Malieveld in Den Haag. Wat is jullie rol daarin?

‘De Nederlandse Veteranendag wordt georganiseerd door het Nationaal Comité Veteranendag. Wij als Nederlands Veteraneninstituut ondersteunen op organisatorisch
vlak. Tijdens de Nederlandse Veteranendag op het Malieveld in Den Haag toont de maatschappij haar erkenning en waardering aan veteranen. Dit is een prachtig evenement. Overigens, naast het nationale evenement groeit het aan lokale initiatieven. Goed om te zien dat lokale overheden de veteranen ook omarmen.’

Kunt u iets vertellen over “Veteraan in de klas?”

‘Het Nationaal Comité Veteranendag was jaren terug de initiatiefnemer van “Veteraan voor de Klas” waarbij veteranen hun verhaal konden vertellen. We bieden dit aan vanaf de hoogste klassen van de lagere school tot aan de universiteit. Soms verzorgen we ook
lessen waarbij dilemma’s worden voorgelegd. Een veteraan legt een situatie voor, ondersteund met beelden, met de vraag: wat zou jij doen in deze situatie? Het confronteert je met de gevolgen van je beslissing, en laat zien hoe lastig het soms is om besluit te nemen. Maar ook: een militair moet onder druk en meestal in een split second zijn besluit nemen, terwijl je in de klas nog even met je buurman kunt overleggen.’

Is het op bestaande gebeurtenissen gebaseerd?

‘Een situatie die we schetsen – en die is echt gebeurd in de omgeving van Srebrenica – is dat je op patrouille bent met een moslimtolk, en Servische militairen houden je aan. En dan het dilemma: jullie mogen door, maar dan moet je wel die tolk inleveren. Wat ga je doen? Gelukkig zei de commandant destijds: “die tolk werkt bij mij en blijft bij mij”. Want hij wist wat er ging gebeuren als hij die tolk achterliet. Maar het had ook slecht met zijn patrouille af kunnen lopen. Dat leert je nadenken over de consequenties van je besluit. ‘Een speciaal team staat daarbij garant voor de kwaliteit van die lessen – iedereen die les geeft, wordt goed getraind.’

Wordt dit veel ingezet?

‘Het loopt storm! Volgens mij hebben wij het afgelopen jaar ongeveer 50.000 leerlingen bereikt, en het wordt steeds beter bekend bij scholen. Ook defensie wil hiermee aan de slag. We willen daarnaast samen met defensie investeren in het begeleiden van militairen en veteranen die het burgerbedrijf ingaan. Dat geldt ook voor veteranen waar misschien een krasje op zit, die het liefst naast andere veteranen willen werken. En er zijn bedrijven die heel graag veteranen willen hebben. Oud-militairen zijn erg gewild bij bedrijven, maar we moeten even zorgen dat ze op goede plek terechtkomen.’

Er worden allerlei veteraneninitiatieven buiten jullie om georganiseerd. Hoe gaan jullie hier mee om?

‘Ik ben heel blij met initiatieven die ontstaan in de maatschappij. Zo zijn er initiatieven voor vrouwelijke veteranen, stichtingen om gezinnen bij elkaar te brengen. En laagdrempelige initiatieven, zoals groepen die samen gaan vissen, of die bij Waterloo opgravingen gaan doen. Dan gaat het niet alleen om die activiteit, maar vooral ook om het gesprek met elkaar, het delen van ervaringen. Ik denk dat dat goed is. Maar als het om zorg gaat, dan kun je het Veteranenloket bellen, dat is ingericht op professionele hulp. Wat wij in tweede- en derdelijns hulp aanbieden, zijn gecertificeerde therapieën waar we ook achter staan. Experimenteren met therapieën, daar ben ik minder voorstander van. Ik zou zeggen: als je last hebt van een trauma, bewandel dan de gebaande weg.’

De vraag blijft: hoe is het gesteld met de erkenning?

‘Ik vind dat dat best goed gaat. We krijgen uit onderzoek terug dat de erkenning en waardering toeneemt. Dat is deels denk ik dankzij alle initiatieven die er de afgelopen jaren zijn genomen, maar ook de missies, zoals in Afghanistan, en wat er nu in de wereld gebeurt, maakt dat veteranen beter gewaardeerd worden. Aan de andere kant zullen wij nooit een Amerika worden, waar mensen knippen en buigen als ze horen dat je veteraan
bent. Dat past niet bij de Nederlandse cultuur. Plus: als je in de VS financiële problemen hebt, dan moet je terugvallen op particuliere initiatieven (“Charity”). In Nederland is dat vanuit de overheid geregeld.’

Wil je het gesprek met generaal Hoefsloot helemaal beluisteren? Ga dan naar de Militaire Courant podcast.

Ben je veteraan en wil je in contact komen met het Veteranenloket? Bel dan 088 334 00 00 of stuur een e-mail naar info@veteranenloket.nl.

Dit artikel verscheen eerder in de Militaire Courant editie maart 2024.

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door Noventas.

Altijd op de hoogte blijven?