De Vlissingen, het nieuwste mijnenbestrijdingsvaartuig van de Koninklijke Marine, is aangekomen in de haven van Den Helder. De Vlissingen is het tweede schip van het Belgisch-Nederlandse rMCM-programma en het eerste schip uit dat programma dat is opgeleverd voor Nederland.
Nieuwe aanpak mijnenbestrijding
De nieuwe schepen, gespecialiseerd in mijnenoorlogvoering, zijn de eerste die beschikken over de capaciteit om een reeks oppervlakte-, onderwater- en luchtdrones te vervoeren, te lanceren of te laten vliegen, en om deze opnieuw te configureren. Het zijn ook de eerste die beschikken over een volledig robotsysteem voor de detectie, classificatie, identificatie en neutralisatie van mijnen. De schepen zijn bestand tegen onderwaterexplosies en akoestisch, elektrisch en magnetisch moeilijk waarneembaar – belangrijk voor de uit te voeren missies.
Daarmee kiest de Marine ook voor een nieuwe aanpak in het bestrijden van mijnen: er kan veel meer op afstand worden gewerkt, wat zowel de snelheid van de operaties als de veiligheid ten goede komt.
De Vlissingen is nog niet officieel in dienst genomen. Eerst volgt een traject van tests en onderzoek. Daarbij komt nog een extra onderzoek naar rook in een elektriciteitskast aan boord. Wat daar de oorzaak van was moet nog blijken.
rMCM-programma
Als alle onderzoeken en tests zijn afgerond, zal het schip officieel in dienst genomen worden. Dan krijgt het schip ook het predicaat ‘Zijner Majesteits’, afgekort tot Zr.Ms. voor de naam. Naar verwachting zal dat in mei gebeuren. Als het schip volledig in dienst is, zal de Vlissingen bijdragen aan het beschermen van de vaarroutes en kritieke infrastructuur onder water. Daarnaast zal het opruimen van explosieven uit de twee wereldoorlogen een belangrijke taak voor de schepen zijn. Naar schatting liggen er op de bodem van de Noordzee nog tienduizenden explosieven uit die twee oorlogen. Die belanden regelmatig nog in de netten van vissers.
Het binationale rMCM-programma bestaat uit in totaal twaalf schepen: zes voor de Koninklijke Marine en zes voor de Marine van de Belgische Defensie. België heeft de leidersrol in het project. Het eerste schip van het programma, de Oostende, kwam in november aan in Zeebrugge. De schepen worden gebouwd door de Franse Naval Group. Alle schepen moeten in 2030 zijn opgeleverd.