Explosieven ruimen op zee

De Koninklijke Marine vaart de hele wereld over: zo is er bijvoorbeeld permanent een stationsschip in het Caribische deel van het Koninkrijk aanwezig. Daarnaast levert de marine met regelmaat een bijdrage aan de internationale vlootverbanden van de NAVO waaronder de Standing NATO Mine Countermeasures Group 1 (SNMCMG1). Een indruk van de mijnenbestrijdingstaak die daarbinnen wordt uitgevoerd en wat er zoal bij komt kijken. 

Door Mireille Bregman 

De Noordzee en Oostzee zijn de laatste jaren een stuk veiliger geworden doordat het vlootverband er constant op mijnenjacht is. Tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog zijn er zoveel mijnen op de zeebodem en in de vaarwateren gelegd, dat er nu nog steeds honderden per jaar onschadelijk worden gemaakt. Een mijnenbestrijdingsverband bestaat uit een stafschip, mijnenjagers en eventueel schepen met EOD-duikteams. Van januari tot juni 2021 is het Belgische commando- en logistiek ondersteuningsschip BNS Godetia het stafschip voor het Nederlandse commando over SNMCMG1. De Nederlandse mijnenjager Zr.Ms. Zierikzee is gedurende drie maanden ook aanwezig en andere NAVO-partners sluiten zich in wisselende samenstelling aan.

Luchtfoto van verzamelde mijnenjagers tijdens een mijnenberging.

Oefeningen Open Spirit en BALTOPS
Jaarlijks worden verschillende internationale oefeningen georganiseerd. Voor de Estse kust vond bijvoorbeeld ‘Open Spirit’ plaats, waarin diverse explosieven zijn geruimd. Er deden 21 schepen uit 11 landen mee, waarmee in korte tijd maar liefst 120 mijnen zijn gevonden! Eind juni is het tijd voor de grootschalige oefening ‘BALTOPS’, waar nog veel meer zaken bij komen kijken. Om te laten zien wat er zoal gebeurt, sprak ik met de commandant van de SNMCMG1, een mijnenjachtofficier en een duiker. Dit gebeurde telefonisch, wanneer de Zierikzee of de Godetia in een haven lag afgemeerd. 

Commandant Jan Wijchers 
Elke vijf jaar staat de SNMCMG1 taskforce onder bevel van een Nederlandse commandant. In het afgelopen voorjaar viel deze eer kapitein-luitenant-ter-zee Jan Wijchers te beurt. ‘Er zijn niet veel mensen die kunnen zeggen dat ze dit hebben gedaan. Er is veel te regelen en aan te sturen, of we nu met vier of negen schepen varen. Deze baan met al zijn verantwoordelijkheid is ontzettend leuk om te doen!’ 

De commandant legt uit dat er meerdere internationale samenwerkingsverbanden binnen de marine bestaan. ‘Nederland werkt al 25 jaar intensief samen met België in de Admiraal Benelux (ABNL). Dat een Nederlandse staf opereert vanaf een Belgisch schip is dus niet vreemd. Naast een mijnenbestrijdingsgroep heb je bijvoorbeeld ook een fregattengroep, die andere werkzaamheden uitvoert. Dit is nodig omdat schepen als zelfstandige eenheden opgewerkt zijn en ook in verbanden moeten kunnen opereren.’ 

‘Elke dag spreek ik de commandanten van de deelnemende schepen middels een beveiligde verbinding. De lopende zaken worden dan besproken: zijn er problemen geweest, wat is de planning van de komende dagen? In de havens spreken we elkaar face-to-face, zowel bij binnenkomst als vertrek.’  

Oefeningen zoals Open Spirit, een kleinere oefening, worden ruim van tevoren voorbereid. ‘We houden meerdere planningsconferenties, want de zaken moeten goed geregeld worden en in COVID-tijd nog een beetje extra. In de oefening BALTOPS staan nog meer facetten van oorlogsvoering centraal en zijn er meer schepen bij betrokken. Met amfibische landingen, luchtverdediging en onderzeebootbestrijding is er meer planning nodig om de interactie tussen alle eenheden op elkaar af te stemmen. Je hebt ook te maken met oefengebieden van de NAVO-partners. Amfibische landingen gebeuren vaak op Defensieterreinen die “bekend” en schoongeveegd zijn, daarom is het extra leuk om ergens op open zee oefenmijnen neer te leggen waar de mijnenjacht goed gesimuleerd kan worden.’ 

‘Het opruimen van explosieven gaat 365 dagen per jaar door, maar niet overal. Een vlootverband gaat vaak op verzoek van een NAVO-partner naar diens zeegebied toe voor het opruimen van WOI- en WOII-mijnen en explosieven, in vakjargon samengevat als Historical Ordnance Disposal Operations (HODOPS).’ 

‘Het mooiste van de afgelopen tijd is de internationale samenwerking. Daarbij hebben de coronamaatregelen, waardoor we in onze eigen scheepsbubbels moeten blijven, gezorgd voor een sterkere band tussen de bemanningen. We zijn nog meer op elkaar aangewezen. Tijdens havenbezoeken ga je vaak de stad in, maar nu organiseren we COVID-proof groepsevenementen. Het moreel is goed.’ 

KLTZ Jan Wijchers, t/m juni 2021 commandant van SNMCMG1.

Mijnenjachtofficier Roel
Aan boord van een mijnenjager zijn twee mijnenjachtofficieren aanwezig die om de beurt dienst hebben en gezamenlijk het rooster van de hele dag beslaan. Luitenant ter zee der 2e klasse Roel vertelt over zijn taken aan boord: ‘Als mijnenjachtofficier heb ik de leiding over het operationeel inzetten van het schip. Wanneer Zr.Ms. Zierikzee de opdracht krijgt tot het onschadelijk maken van een explosief, maak ik samen met de assistent-mijnenjachtofficier een planning en informeer de commandant en andere betrokkenen op het schip. We kunnen op twee manieren opereren, dat hangt af of we het in het kader van de vredestaak of een ernstinzet doen. In de eerste situatie weten we waar een mijn zich bevindt, bij het tweede niet.  

‘Een voorbeeld van een vredesinzet is dat we explosieven moeten opruimen die bij de aanleg van een windmolenpark in de Noordzee gevonden zijn. Voor identificatie kunnen we duikers of een onderwaterdrone, de Seafox, inzetten. Deze zit met een draad aan het schip vast en wordt bestuurd door de assistent-mijnenjachtofficier. Naar aanleiding van de camerabeelden maak ik met de assistent-mijnenjachtofficier en de explosievenexpert een plan dat aan de commandant wordt voorgelegd. Ter plekke sturen we een Seafox-charlie naar het contact toe, een tweede drone met explosieven die de bom en zichzelf vernietigt. Het voordeel van een onderwaterdrone is dat deze dieper kan dan duikers en minder gevoelig is voor stroming. Ook hebben we het REMUS-systeem, een autonomous underwater vehicle die met behulp van side scan sonarcontacten zoekt. De gegevens lezen we daarna uit. Dat is een nadeel, maar een voordeel is dat het schip niet meteen gevaarlijk gebied in hoeft.’ 

‘Bij een ernstinzet moeten we zo stil mogelijk varen en creëren we een a-magnetisch veld om het vaartuig heen. Dit doen we omdat mijnensensoren geluid en magnetisme gebruiken om de mijn te laten exploderen. Afhankelijk van bepaalde condities (zoutgehalte, watertemperatuur, zicht) wordt een mijnenjachtplan opgesteld waarbij een zoekpatroon gevaren wordt. In de oefening BALTOPS draaien we juist díe ernstscenario’s, omdat het belangrijk is de vaardigheden van het gehele schip te blijven trainen. Dan zijn er ook fregatten aanwezig, die de mijnenjagers beschermen tegen bijvoorbeeld luchtdreigingen als die bezig zijn met de mijnenjacht.’ 

Het commandoteam van de Zierikzee kijkt naar aanmeerwerkzaamheden.

Duiker Joris
Matroos 1 Operationele Dienst Nautische Dienst Joris is werkzaam als duiker en heeft duidelijk hoorbaar plezier in zijn werk. ‘Ik heb de duikersopleiding gedaan en daarna kom je vaak op de mijnenjager terecht. Je leert met veel verschillende duiksystemen te werken. Onder water is een hele wereld te ontdekken.’ 

‘Een duikteam bestaat uit een duikmeester, seinmeester en twee duikers. De laatste drie gaan in een bootje de zee op, waarna één duiker het water ingaat. Voorafgaand aan een duik controleer je het duikmateriaal en communicatie. Dan volgt een briefing met bijzonderheden en weersomstandigheden. In de Oostzee is bijna geen stroming aanwezig, in de Noordzee wel. Ook moet je daar rekening houden met snelle verzanding en minder zicht.’  

‘In de oefening Open Spirit hebben we twee mijnen onschadelijk gemaakt. Er zijn veel soorten explosieven die je moet herkennen en anders moet behandelen: sommige reageren op geluid of beweging, andere op contact. Een eerste duik is om te verkennen, in een volgende duik maak je explosieven aan de mijn vast. Als we genoeg afstand hebben en de duiker is uit het water, drukken we op de knop voor detonatie. Bij een grote explosie kun je het water wel tot veertig meter boven het wateroppervlak zien.’  

Al het beeldmateriaal is afkomstig van Defensie, Koninklijke Marine.

Dit artikel is eerder verschenen in de Militaire Courant, editie juni 2021.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.