Interview politiek: Derk Boswijk

‘We moeten onszelf een spiegel voorhouden’   

Derk Boswijk is sinds maart dit jaar Kamerlid voor het CDA, als woordvoerder van onder andere Defensie. Zijn achtergrond als reserveofficier bij de landmacht komt daarbij goed van pas. Hoe ziet hij de toekomst van Defensie voor zich? 

Door Niels Roelen 

Het was een verrassing, de emotionele bijdrage van CDA-kamerlid Derk Boswijk in het debat over de Afghaanse tolken. Als jongen droomde hij al van een baan bij Defensie, maar omdat hij na zijn vmbo-opleiding nog te jong was, ging hij bouwkunde studeren. Hij richtte een ingenieursbureau op, schreef twee boeken en werd in 2019 reserveofficier bij de landmacht. Een functie waarvoor hij vanwege zijn verkiezing tot Kamerlid met bijzonder verlof ging. Liever had hij zijn vaardigheden op de hindernis- en schietbanen bijgehouden, maar dat gaat nu eenmaal niet omdat de militaire functie bevroren wordt als men de politiek in gaat. De Militaire Courant sprak met hem over de NAVO, een Europees leger en de toekomst van het Nederlandse leger.    

Bij het CDA vind je relatief veel oud-militairen, hoe komt dat?  
‘Dat is geen toeval en heeft denk ik te maken met gemeenschapszin. In de kern zijn wij geen partij van individualisme, iets wat je bij vooral liberale partijen wel terugvindt. Dat je niet voor jezelf leeft, het omzien naar elkaar is toch wel een rode draad binnen onze partij. Iets wat overigens ook in het leger een heel belangrijke waarde is.’    

Je kwam in beeld door het Afghanistandebat, dat nogal wat zaken blootlegt. Wat vertelt het ons over ons eigen leger?  
‘Allereerst verplicht dit debacle, want zo mag je het wel noemen, ons om een grote spiegel voor te houden richting onze bewindspersonen; Bijleveld, Kaag en Broekers-Knol. Ondanks dat wij als Kamer constant hebben gezegd, “Dit zit er aan te komen”, is er te weinig gebeurd. Zelfs toen ik ruim een week voor de val van Kabul aangaf dat er signalen zijn dat het echt mis ging daar, dat we een probleem hadden, was er binnen de ministeries geen enkel gevoel van urgentie. Er was ook niemand die de regie voerde of leiderschap toonde.  
‘Maar ook wij als CDA en de Tweede Kamer moeten nu na gaan denken. Kijk bijvoorbeeld naar de twee Hercules-vliegtuigen die we stuurden voor de evacuaties. Het feit dat de een kapot is en eerst gerepareerd moet worden en de ander kapotgaat tijdens die operatie, zegt heel veel. Het is symbolisch voor de staat van onze gehele krijgsmacht en daar zijn wij als Kamer verantwoordelijk voor. Natuurlijk, ook het CDA heeft in voorgaande kabinetten bezuinigd op Defensie, maar al een aantal jaren pleiten wij voor een verhoging van het budget. Die is er nu ook wel, maar dat is nog veel te weinig. Juist nu je ziet hoe belangrijk Defensie is en waar ze voor nodig zijn, staat het bij de meeste partijen toch niet hoog op het lijstje en dat is vreemd. Sterker, de partijen die nu heel hard roepen dat er meer had moeten gebeuren, er meer mensen geëvacueerd hadden moeten worden, zijn ook de partijen die zeggen dat er bij Defensie nog wel wat vanaf kan.   
‘Als je ook kijkt naar de vergaderingen van de Vaste Kamercommissie Defensie, zijn de meeste partijen niet bij die vergaderingen aanwezig. Pas als het fout gaat, zitten ze er allemaal. Dan gaat het dus om beeldvorming.’    

De situatie in Afghanistan laat ook zien dat wij als Europa geen vuist kunnen maken. Dit terwijl er ook barsten in de NAVO lijken te verschijnen. Is wat er nu gebeurt een waarschuwing?  
‘Dat is inderdaad wel iets waar ik me zorgen over maak, de geopolitieke kaarten zijn met de macht van China en Rusland anders geschud. Tegelijkertijd lijkt Amerika zich meer op zichzelf te richten en de terugtrekking is daar een voorbeeld van. Als je kijkt naar de troepenmacht die de Amerikanen daar nog hadden, dan had Europa die rol makkelijk over kunnen nemen.  
‘Er zijn partijen die juist daarom nu heel hard roepen om een Europees leger. Deze partijen zien zo’n leger vooral als een middel om te kunnen bezuinigen. Wat ze zich niet realiseren is dat als je een Europees leger wilt zonder Amerika, je eerder richting de vier procent van je BBP zult moeten investeren, dan de twee procent die er binnen de NAVO is afgesproken. Ik ben niet tegen meer samenwerking binnen de EU, maar niet ten koste van de NAVO. Wij hebben Amerika gewoon heel hard nodig. Net als zij ons ook nodig hebben.’   

Kunnen wij eigenlijk na Afghanistan nog wel meedoen aan missies?  
‘Op dit moment niet, maar we moeten het wel. Als handelsland heeft Nederland het ook nodig. Het laat zien dat je internationaal je verantwoordelijkheden neemt en dat moet je niet onderschatten. Maar het leger heeft het ook nodig om hun vaardigheden te onderhouden. We krijgen natuurlijk geen leger meer zoals in de jaren tachtig, maar het moet wel veranderen.’   

Hoe bedoel je?  
‘Om te beginnen moeten we er gewoon simpelweg veel meer geld voor uittrekken. Dat is niet alleen om te herstellen wat er is, je moet dat geld ook vooral gebruiken om de krijgsmacht gereed te maken voor de dreigingen van de toekomst. De wereld is veranderd, complexer. De rol van de militair wordt ook minder zwart-wit, meer grijs. Je zal misschien wel meer reservisten gaan krijgen, vooral op specifieke gebieden. Denk bijvoorbeeld aan hackers en mensen met verstand van hybride oorlogsvoering waardoor je als het ware een flexibele schil creëert waar je uit kunt putten. We hoeven niet meer het Zwitserse zakmes te zijn dat echt alles moet kunnen, maar we zouden meer kunnen focussen op een specialisme binnen een bondgenootschap. Tot slot zie ik graag dat er meer waardering komt voor de militairen, niet alleen financieel, maar ook vanuit de maatschappij.’   

We hebben nog geen kabinet, maar gaan we jou terugzien als minister van Defensie?  
‘Je moet nooit “nooit” zeggen, maar nu zeker nog niet. Ik ben echt een volksvertegenwoordiger en geen bestuurder.’   

Dit interview verscheen eerder in de Militaire Courant, editie september 2021

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.